08/08/2026
🏛️ KaFra Born: veel uitleg van de wethouder, maar de belangrijkste vragen blijven staan
Wethouder Paul Kubben heeft een uitgebreid statement gepubliceerd over de voorgenomen opvang van 120 statushouders in de KaFra Tower. Het is goed dat hij uitleg geeft. Maar veel woorden achteraf zijn geen vervanging voor een zorgvuldig proces vooraf.
De wethouder omschrijft de vraag aan de gemeenteraad heel simpel: “kunnen we met COA over het verzoek verder praten?” Maar op 9 juli lag er wel degelijk een concreet voorstel over bestuurlijke medewerking aan opvang van 120 mensen, waaraan de raad voorwaarden verbond.
Een belangrijke voorwaarde: de opvang moet kunnen meetellen voor de Spreidingswet.
En wat lezen we nu, bijna een maand later? Dat het gesprek daarover met COA en ministerie nog loopt.
Tegelijkertijd waren bij het raadsbesluit belangrijke gevolgen nog niet uitgewerkt. Uit de beantwoording van raadsvragen bleek dat nog nader moest worden gekeken naar onder andere onderwijs, jeugdhulp, Wmo, huisartsen, vervoer en de effecten op de omgeving. Ook de gevolgen voor de huidige bewoners van KaFra moesten nog verder worden onderzocht.
Dan kun je moeilijk volhouden dat de raad op 9 juli over een volledig uitgewerkt voorstel beschikte.
Eerst instemmen, daarna onderzoeken?
Daar zit onze grootste kritiek.
De logische volgorde zou zijn: eerst de gevolgen onderzoeken, betrokken partijen én inwoners horen, vaststellen welke voorzieningen nodig zijn, juridische onzekerheden oplossen en daarna een voldoende uitgewerkt voorstel aan de gemeenteraad voorleggen.
Nu gebeurde veel daarvan andersom.
En daar is uiteindelijk niemand mee geholpen.
Niet de inwoners van Born en omgeving, die willen weten wat een opvang van deze omvang voor hun leefomgeving betekent.
Maar óók niet de statushouders en hun kinderen. Als er ongeveer 90 kinderen komen, wil je toch vóór de start weten of onderwijs, zorg, begeleiding en vervoer daadwerkelijk beschikbaar en uitvoerbaar zijn?
De uitleg over participatie wringt nog meer
De wethouder schrijft dat vóór het raadsvoorstel “zoals gebruikelijk met de directe omgeving” is gesproken. Vervolgens noemt hij VDL Nedcar, het tankstation, het dierenasiel en CNME De Rollen.
De inwoners werden niet breed betrokken.
Dat is opmerkelijk wanneer we het eigen beleid van Sittard-Geleen erbij pakken. Het Participatiekader zegt juist dat participatie passend is wanneer een onderwerp grote impact heeft én leeft in de samenleving. Bij beperkte participatie gaat de gemeente zelf uit van een initiatief met weinig impact op de omgeving.
Inmiddels heeft een door een inwoner georganiseerde bijeenkomst honderden belangstellenden getrokken.
Als dát geen aanleiding is om opnieuw naar de gekozen participatievorm te kijken, wat dan wel?
De gemeentelijke regels zeggen bovendien dat bij initiatieven vanuit de samenleving de gemeente deze participatie stimuleert en faciliteert, maar het proces niet overneemt.
Dan vinden wij het vreemd dat de wethouder niet aansluit bij deze bewonersbijeenkomst en de opbrengst ervan vervolgens wordt doorgeschoven naar latere inloopsessies van gemeente en COA.
Ga erheen. Luister. Beantwoord vragen. En als de wethouder niet kan, stuur een bevoegde vervanger.
Dat is participatie in de praktijk.
Ook de ‘vier maanden’-constructie verdient onderbouwing
De wethouder stelt bovendien dat statushouders vanwege de bestaande hotelbestemming maximaal vier maanden achtereen op deze locatie kunnen verblijven zonder wijziging van de vergunning of tussenkomst van de gemeente.
Dat is een behoorlijk belangrijke juridische stelling. Publiceer daarom de juridische onderbouwing: welke vergunning, planregel en wettelijke bepaling maken deze specifieke collectieve COA-opvang mogelijk?
Dat voorkomt discussie en geeft inwoners duidelijkheid.
Wat moet er nu gebeuren?
De vergunningaanvraag moet nog worden beoordeeld. Het proces is dus niet klaar.
Wat ons betreft gebruikt de gemeente deze fase om de ontbrekende informatie alsnog openbaar te maken, de juridische onderbouwing te publiceren, de maatschappelijke gevolgen volledig in kaart te brengen en aantoonbaar vast te stellen dat onderwijs, zorg, begeleiding en andere voorzieningen beschikbaar zijn. En vooral: heroverweeg de keuze voor beperkte participatie nu overduidelijk is dat dit dossier grote maatschappelijke impact heeft.
Inwoners kunnen ondertussen zelf ook handelen. Stel vragen schriftelijk, wijs de gemeente op ontbrekende onderzoeken en tegenstrijdigheden, vraag om de juridische onderbouwing en blijf de eigen bewonersbijeenkomst gebruiken om vragen gezamenlijk te verzamelen. De eigen Participatieverordening biedt bovendien een concreet aanknopingspunt: het gemeentebestuur moet vooraf vastleggen wat het doel en de beïnvloedingsruimte van participatie zijn, hoe inwoners hun inbreng kunnen leveren en hoe die inbreng doorwerkt in de besluitvorming wanneer participatie wordt toegepast.
De gemeente schrijft in haar eigen Participatiekader:
“Alles wat we doen, is voor de samenleving.”
Laat dat dan ook hier zien.
Een wettelijke opvangopgave betekent niet dat zorgvuldigheid, transparantie en participatie optioneel worden. 120 statushouders én de huidige inwoners verdienen een plan waarvan vooraf is vastgesteld dat het daadwerkelijk kan werken.
Veel uitleg achteraf kan een verkeerde volgorde niet herstellen.