Burgers van Sittard-Geleen aan zet

Burgers van Sittard-Geleen aan zet Burgers van Sittard-Geleen aan zet is een initiatief om burgers én gemeente te ondersteunen bij een betere samenwerking tussen de gemeente en haar inwoners.

30/08/2026

Het RIVM adviseerde al in december 2025 vervolgonderzoek. Ruim acht maanden later wordt nog steeds over de opvolging gesproken. En belangrijk: de bal ligt nu bij Sittard-Geleen, Stein, Beek en de provincie Limburg om te besluiten dat vervolgonderzoek daadwerkelijk uit te voeren.

Dus niet wachten op Chemelot of onderzoeksjournalisten: de overheid is nu inderdaad aan zet.

30/08/2026

🅿️ Tempelplein: opnieuw participatie die eindigt in bezwaar

De commotie rond het Tempelplein gaat wat ons betreft inmiddels over veel meer dan groen versus parkeerplaatsen.

Het plan vermindert het aantal parkeerplaatsen naar 51, inclusief acht mindervalidenplaatsen. De gemeente wil meer groen en de Molenbeek weer zichtbaar door het plein laten stromen. Ondernemers waarschuwen ondertussen dat het Tempelplein intensief wordt gebruikt en vrezen gevolgen voor bereikbaarheid en hun bedrijven.

Maar vooral het proces begint pijnlijk herkenbaar te worden.

De gemeente schrijft zelf dat zij met ondernemers en bewoners in gesprek wil en van hén wil horen welke onderwerpen belangrijk zijn voor de inrichting. De gemeenteraad nam op 5 juni 2025 zelfs unaniem een motie aan om ondernemers en bewoners bij de verdere uitwerking te blijven betrekken.

En waar staan we nu?

Ondernemers hebben zich verenigd, een advocaat ingeschakeld en willen dat het proces rond de herinrichting wordt overgedaan. Deze week spraken zij bij de bezwarencommissie van wanbeleid.

Dat doet denken aan meer dossiers in Sittard-Geleen: het bestuur bepaalt eerst de richting, daarna mag de omgeving “meepraten” over de uitwerking. Formeel heet dat participatie; voor betrokken inwoners en ondernemers voelt het begrijpelijkerwijs als een wassen neus wanneer de belangrijkste keuzes al gemaakt zijn.

En inhoudelijk mag de raad eveneens kritisch blijven. Een groen en aantrekkelijk plein is mooi, maar een binnenstad moet ook praktisch en bereikbaar zijn. Zeker nu de gemeente tegelijkertijd fors investeert in de ontwikkeling rond het Huis aan de Markt en daar juist meer bezoekers naartoe wil trekken.

De discussie zou daarom niet moeten zijn: bent u vóór of tegen vergroening?

De betere vraag is: hoe maken we het Tempelplein groener zonder een voorziening weg te ontwerpen waar ondernemers en bezoekers aantoonbaar gebruik van maken?

Participatie hoort plaats te vinden wanneer er nog daadwerkelijk iets te kiezen valt. Niet pas wanneer betrokkenen een advocaat nodig hebben om opnieuw gehoord te worden.

ℹ️ Inloopavond KaFra Tower: meepraten over de uitwerking, maar niet over hoe we hier gekomen zijn?Op 3 en 12 september o...
29/08/2026

ℹ️ Inloopavond KaFra Tower: meepraten over de uitwerking, maar niet over hoe we hier gekomen zijn?

Op 3 en 12 september organiseren gemeente en COA bijeenkomsten over de voorgenomen opvang van maximaal 120 statushouders in de KaFra Tower in Born.

De gemeente noemt het “Praat mee over de uitwerking van opvanglocatie in Born”. Inwoners mogen vragen stellen en zorgen en ideeën meegeven over onder andere verkeer, veiligheid en leefbaarheid.

Prima. Maar wij missen een nogal belangrijk onderwerp:

het gemeentelijke proces zélf.

Want juist daarover bestaan inmiddels vragen die met de komst van deze bijeenkomsten niet ineens verdwenen zijn.

De gemeente schrijft opnieuw dat zij “een wettelijke taak uitvoert” en dat er daardoor weinig ruimte was om te discussiëren over de vraag óf zij aan deze opvang meewerkt.

Dat is op zijn minst een erg ruime voorstelling van zaken.

De Spreidingswet geeft gemeenten inderdaad een wettelijke taak om opvangvoorzieningen voor asielzoekers mogelijk te maken overeenkomstig het verdeelbesluit. Maar die wet schrijft niet voor: neem deze specifieke KaFra Tower, met deze specifieke overeenkomst, voor deze specifieke groep van 120 statushouders. Artikel 6 en 7 leggen bovendien juist concrete taken bij het gemeentebestuur neer, waaronder het beschikbaar maken van een locatie en het verlenen van noodzakelijke gemeentelijke vergunningen.

Sterker nog: tijdens de behandeling vóór het raadsbesluit werd expliciet toegezegd dat de raad onmiddellijk geïnformeerd zou worden als zou blijken dat deze opvang níét meetelt voor de Spreidingswet. Ook zou nog een bestuursovereenkomst worden opgesteld om duidelijk vast te leggen wie welke taken en verantwoordelijkheden heeft.

En waar staan we bijna twee maanden later?

De gemeente schrijft op 28 augustus zelf:

“Ook moet de opvang meetellen voor de opvangopgave van de gemeente volgens de Spreidingswet. Over dit laatste punt gaat het college nog in gesprek met het ministerie.”

Dus nee: er is kennelijk nog steeds geen definitief antwoord.

Dat maakt de huidige communicatie des te vreemder. Enerzijds wordt de wettelijke taak gebruikt als argument waarom vooraf nauwelijks ruimte bestond voor participatie over het óf. Anderzijds staat nog niet eens vast of juist deze opvang daadwerkelijk meetelt voor die wettelijke Spreidingswet-opgave.

Dat verdient uitleg.

Ook de suggestie dat de verantwoordelijkheid vervolgens eigenlijk bij het COA ligt, is te eenvoudig.

Het COA is verantwoordelijk voor de dagelijkse opvang en begeleiding wanneer het de locatie exploiteert. Maar daarmee verdwijnt de verantwoordelijkheid van de gemeente niet. De Spreidingswet legt juist taken bij het college en de gemeenteraad. Bovendien moet de gemeente vergunningen beoordelen, afspraken maken over onder andere toezicht en veiligheid en rekening houden met gevolgen voor haar eigen publieke voorzieningen. De wet kent zelfs de mogelijkheid dat een gemeente zelf verantwoordelijk wordt voor exploitatie wanneer dat met het COA wordt overeengekomen.

En ook dát maakt een eerdere toezegging interessant: er zou nog een bestuursovereenkomst komen waarin de verantwoordelijkheden van de verschillende partijen worden vastgelegd.

Is die overeenkomst er inmiddels? Zo ja: openbaar maken. Zo nee: hoe kunnen inwoners dan tijdens een bijeenkomst serieus praten over de uitwerking als de verantwoordelijkheden nog niet definitief zijn vastgelegd?

En dan missen we nog iets.

Het gaat hier om statushouders die wachten op reguliere huisvesting. De gemeente bevestigt inmiddels dat de opvang na één jaar niet noodzakelijk stopt én dat, zodra bewoners doorstromen naar een woning, het COA de vrijgekomen plaatsen weer met nieuwe bewoners kan vullen. Het gaat dus niet simpelweg om één vaste groep van 120 mensen die een jaar blijft.

Dan horen tijdens zo’n bijeenkomst óók vragen thuis over doorstroom naar woningen, onderwijs, huisartsenzorg, jeugdzorg, vervoer, integratie en andere lokale voorzieningen. Zeker omdat het college vóór het raadsbesluit op vragen over een aantal van die effecten nog antwoordde dat deze verder in beeld moesten worden gebracht.

En misschien wel de belangrijkste vraag:

waarom zou het gemeentelijke besluitvormings- en participatieproces tijdens deze bijeenkomsten buiten discussie mogen blijven?

De inwoners zijn immers niet verantwoordelijk voor het feit dat de gemeente hen pas betrok nadat COA en KaFra onderling al hadden verkend, het COA een concreet verzoek had gedaan en het college dit richting besluitvorming had gebracht. De gemeente bevestigt zelf dat de eigenaar eerst het COA benaderde en dat het gemeentelijke proces pas na het officiële COA-verzoek begon.

Participatie over alleen de uitwerking is iets anders dan participatie over een plan.

Als de gemeente werkelijk met inwoners in gesprek wil, moet tijdens deze bijeenkomsten daarom óók ruimte zijn voor vragen als: waarom is voor deze locatie gekozen, waarom zijn inwoners niet eerder betrokken, waarom werd de wettelijke taak als reden gebruikt om participatie te beperken, waarom is nog steeds niet duidelijk of de plaatsen meetellen voor de Spreidingswet, welke afspraken liggen inmiddels juridisch vast en wie draagt straks waarvoor verantwoordelijkheid?

Dat zijn geen vragen waarmee het raadsbesluit opnieuw wordt overgedaan.

Dat zijn vragen waarmee het gemeentebestuur verantwoording aflegt over hoe dat besluit tot stand is gekomen.

En dát hoort wat ons betreft juist bij een bijeenkomst waar gemeente én COA tegenover de inwoners van Born zitten.

https://sittard-geleen.nl/nieuws/praat-mee-over-de-uitwerking-van-opvanglocatie-in-born/

Wij gebruiken DeepL om deze website te vertalen.Wij nemen geen verantwoordelijkheid voor de nauwkeurigheid van de vertaling.

21/08/2026

€34 miljoen voor RWM: wat krijgt de inwoner daarvoor terug?

De gemeenten Sittard-Geleen, Beek, Stein en Echt-Susteren staan voor een forse beslissing. Samen gaat het om ruim €34 miljoen voor nieuwe huisvesting van RWM. Voor Sittard-Geleen alleen bedraagt de indicatieve investering ongeveer €22,3 miljoen voor grond en gebouwen.

Maar uit de stukken blijkt dat dit meer is dan simpelweg een verhuizing.

De huidige locatie voldoet volgens het voorstel namelijk niet meer aan de toekomstige eisen. Daarbij wordt nadrukkelijk gewezen op de elektrificatie van het wagenpark en de daarvoor benodigde energievoorziening. Verduurzaming is dus daadwerkelijk één van de redenen achter de nieuwe huisvesting.

Dat maakt een belangrijke vraag relevant: welk deel van deze investering is noodzakelijk voor de afvalinzameling zelf en welk deel vloeit voort uit beleidskeuzes rond elektrificatie en verduurzaming? Die uitsplitsing zouden inwoners bij een investering van deze omvang gewoon moeten kunnen zien.

Zeker omdat de rekening grotendeels bij hen terechtkomt. Volgens het voorstel werkt 81% van de kosten door in de afvalstoffenheffing, 10% in de rioolheffing en 9% in de algemene middelen. Er wordt al rekening gehouden met ongeveer 2 tot 3% hogere kosten, terwijl bouwkosten, rente en de definitieve investering nog niet vaststaan.

En daar ontstaat een vreemde tegenstelling.

Terwijl tientallen miljoenen beschikbaar worden gemaakt voor de toekomstige afvalorganisatie, is de dienstverlening aan inwoners op onderdelen juist versoberd. Ook in Beek wordt grofvuil bijvoorbeeld nog maar één keer per maand opgehaald. Daar ervaren inwoners momenteel bovendien ernstige vliegenoverlast. De gemeente stelt dat grootschalig onderzoek naar de oorzaak “erg kostbaar” is en voert dat daarom voorlopig niet uit.

Dan mogen inwoners vragen waar de prioriteiten liggen.

Wel miljoenen investeren in huisvesting en elektrificatie, maar onderzoek naar concrete overlast in de leefomgeving te kostbaar vinden?

Daarbij is RWM geen willekeurige commerciële afvalinzamelaar. Het raadsvoorstel vermeldt expliciet dat RWM geen commerciële werkzaamheden meer uitvoert. De vier gemeenten zijn de aandeelhouders. Zij bepalen beleid en serviceniveau en blijven verantwoordelijk voor hun gemeentelijke taken.

En dan de gemeenteraad

Ook daar past een waarschuwing.

Voor de gebouwen wordt nu instemming gevraagd met een indicatief investeringsbedrag, terwijl de definitieve calculatie pas later volgt. Ook rente en uiteindelijke financiële gevolgen zijn nog onzeker.

Inwoners worden volgens het voorstel vervolgens ná de besluitvorming geïnformeerd.

Dat komt (alweer) gevaarlijk dicht in de buurt van: eerst toestemming vragen, daarna bepalen wat de rekening precies wordt.

Juist daarom hebben raadsleden hier een controlerende taak. Niet alleen vragen óf RWM een nieuw gebouw nodig heeft, maar ook:

Waarom €34 miljoen? Welke alternatieven zijn onderzocht? Welk deel wordt veroorzaakt door elektrificatie? Wat levert die investering inwoners concreet op? Waarom stijgt hun rekening terwijl dienstverlening versobert? En waarom wordt over concrete overlast wél moeilijk gedaan vanwege de kosten?

Als coalitiepartijen vervolgens opnieuw unaniem instemmen, doen zij dat mét kennis van deze onzekerheden. Dan kunnen hogere kosten of tegenvallers later niet eenvoudig bij RWM worden neergelegd.

RWM voert uit. De gemeenten bepalen. De inwoners betalen. En de raad hoort vóór de investering te controleren, niet nadat de definitieve rekening op tafel ligt.

16/08/2026

🚜 Boeren, Natura 2000 en de Grensmaas: welk probleem lossen we eigenlijk op?

De druk op boeren neemt toe. Extensiveren, minder bemesten, grond aankopen of ruilen en zelfs vrijwillige bedrijfsbeëindiging behoren inmiddels tot het provinciale instrumentarium van het Limburgs Offensief Stikstof. (Provincie Limburg)

Dat wordt onderbouwd met natuurherstel en Natura 2000. Maar juist rondom de Grensmaas verdient het verhaal meer nuance.

Wat zijn de officiële doelen?

De Grensmaas is aangewezen voor zes habitat(sub)typen:

* beken en rivieren met waterplanten;
* slikkige rivieroevers;
* ruigten en zomen met moerasspirea;
* ruigten en zomen langs droge bosranden;
* zachthoutooibossen;
* beekbegeleidende bossen.

Daarnaast gelden doelen voor vier soorten:

rivierprik, zalm, rivierdonderpad en bever.

Voor rivierprik, zalm en bever geldt zelfs een uitbreidingsdoel voor de populatie; voor de rivierdonderpad behoud. (Natura 2000)

🐟 Maar waardoor worden die doelen beperkt?

Daar wordt het interessant.

Voor de Grensmaas ligt de nadruk in het beheerplan vooral op de rivier zelf: stroming, waterdiepte, paai- en opgroeigebied, riviermorfologie en natuurlijke dynamiek.

Rijkswaterstaat constateert dat ondanks de reeds uitgevoerde grootschalige rivierverruiming nog problemen bestaan door onder meer het wegvallen van stroming bij laagwater, onnatuurlijke afvoerfluctuaties en historische regulering van de rivier. (Provincie Limburg)

Bij de zalm spelen bovendien migratieknelpunten in het grotere Maassysteem een belangrijke rol.

En bij de bever ontstaat een merkwaardige situatie: het Natura 2000-doel verlangt uitbreiding van de populatie, terwijl Limburg inmiddels juist actief beverbeheer nodig heeft vanwege schade en veiligheidsrisico’s.

Dat zijn relevante feiten wanneer landbouw opnieuw beperkingen krijgt opgelegd.

❗ De Grensmaas is bovendien geen stikstofoverbelast Natura 2000-gebied

Dat onderscheid is cruciaal.

Niet ieder Natura 2000-gebied heeft hetzelfde probleem en niet ieder natuurdoel wordt door stikstof bepaald. Voor de Grensmaas liggen belangrijke knelpunten juist bij water, rivierregulering, stroming, morfologie en leefgebied.

Sterker nog: het beheerplan zegt expliciet dat eerst in kaart moet worden gebracht óf en in welk tempo het herstel door de eerdere ingrepen plaatsvindt, voordat opnieuw in de rivierprocessen wordt ingegrepen. (Provincie Limburg)

Wat is inmiddels lokaal en provinciaal bepaald?

Het Natura 2000-beheerplan Grensmaas is sinds oktober 2025 definitief vastgesteld. Rijkswaterstaat is hier de voortouwnemer en waterbeheerder. Het beleid zet concreet in op verdere natuurontwikkeling, herstel van oude Maasarmen, nevengeulen, ooibossen, stroomdalgraslanden, vismigratie en monitoring. (Provincie Limburg)

Daarnaast heeft Limburg in de Provinciale Omgevingsvisie 2026 gekozen voor verdere voltooiing van het Natuurnetwerk Limburg en een Groenblauwe Landbouwzone, waarin landbouw rekening moet houden met natuur-, landschaps- en wateropgaven. Rond kwetsbare Natura 2000-gebieden zijn bovendien voorlopige overgangsgebieden aangegeven; de definitieve begrenzing en instrumenten moeten via gebiedsprocessen worden bepaald. (Provincie Limburg)

En via het Limburgs Offensief Stikstof liggen voor landbouw instrumenten klaar die uiteenlopen van innovatie en schonere stallen tot extensivering, grondruil, aankoop en bedrijfsbeëindiging. (Provincie Limburg)

Industrie wordt overigens niet volledig ontzien. Ook daarvoor bestaan reductiedoelen. Maar de benadering verschilt wel: bij industrie ligt sterk de nadruk op innovatie, verduurzaming en behoud van economische ontwikkeling, terwijl bij landbouw ook grond en het voortbestaan van bedrijven onderdeel van de oplossing worden gemaakt.

En daarom moeten we terug naar de feiten

Niemand hoeft tegen natuurherstel te zijn om kritische vragen over deze aanpak te stellen.

De Grensmaas heeft door het Grensmaasproject al enorme veranderingen ondergaan. De provincie zet verdere rivier- en natuurontwikkeling voort. Rijkswaterstaat constateert zelf dat belangrijke knelpunten samenhangen met het functioneren van de rivier.

Dan hoort vóór iedere nieuwe beperking van landbouwgrond een eenvoudige onderbouwing te liggen:

Welk Natura 2000-doel wordt momenteel niet gehaald?
Hoe groot is het tekort?
Wat is aantoonbaar de oorzaak?
Welke bijdrage levert landbouw daaraan?
Welke maatregelen zijn al uitgevoerd en wat hebben die opgeleverd?
En hoeveel extra natuurwinst levert een nieuwe beperking van boeren daadwerkelijk op?

Want natuurbeleid hoort niet te beginnen met de vraag welke sector nog iets moet inleveren.

Het hoort te beginnen met de vraag welk concreet probleem nog moet worden opgelost.

08/08/2026

🏛️ KaFra Born: veel uitleg van de wethouder, maar de belangrijkste vragen blijven staan

Wethouder Paul Kubben heeft een uitgebreid statement gepubliceerd over de voorgenomen opvang van 120 statushouders in de KaFra Tower. Het is goed dat hij uitleg geeft. Maar veel woorden achteraf zijn geen vervanging voor een zorgvuldig proces vooraf.

De wethouder omschrijft de vraag aan de gemeenteraad heel simpel: “kunnen we met COA over het verzoek verder praten?” Maar op 9 juli lag er wel degelijk een concreet voorstel over bestuurlijke medewerking aan opvang van 120 mensen, waaraan de raad voorwaarden verbond.

Een belangrijke voorwaarde: de opvang moet kunnen meetellen voor de Spreidingswet.

En wat lezen we nu, bijna een maand later? Dat het gesprek daarover met COA en ministerie nog loopt.

Tegelijkertijd waren bij het raadsbesluit belangrijke gevolgen nog niet uitgewerkt. Uit de beantwoording van raadsvragen bleek dat nog nader moest worden gekeken naar onder andere onderwijs, jeugdhulp, Wmo, huisartsen, vervoer en de effecten op de omgeving. Ook de gevolgen voor de huidige bewoners van KaFra moesten nog verder worden onderzocht.

Dan kun je moeilijk volhouden dat de raad op 9 juli over een volledig uitgewerkt voorstel beschikte.

Eerst instemmen, daarna onderzoeken?

Daar zit onze grootste kritiek.

De logische volgorde zou zijn: eerst de gevolgen onderzoeken, betrokken partijen én inwoners horen, vaststellen welke voorzieningen nodig zijn, juridische onzekerheden oplossen en daarna een voldoende uitgewerkt voorstel aan de gemeenteraad voorleggen.

Nu gebeurde veel daarvan andersom.

En daar is uiteindelijk niemand mee geholpen.

Niet de inwoners van Born en omgeving, die willen weten wat een opvang van deze omvang voor hun leefomgeving betekent.

Maar óók niet de statushouders en hun kinderen. Als er ongeveer 90 kinderen komen, wil je toch vóór de start weten of onderwijs, zorg, begeleiding en vervoer daadwerkelijk beschikbaar en uitvoerbaar zijn?

De uitleg over participatie wringt nog meer

De wethouder schrijft dat vóór het raadsvoorstel “zoals gebruikelijk met de directe omgeving” is gesproken. Vervolgens noemt hij VDL Nedcar, het tankstation, het dierenasiel en CNME De Rollen.

De inwoners werden niet breed betrokken.

Dat is opmerkelijk wanneer we het eigen beleid van Sittard-Geleen erbij pakken. Het Participatiekader zegt juist dat participatie passend is wanneer een onderwerp grote impact heeft én leeft in de samenleving. Bij beperkte participatie gaat de gemeente zelf uit van een initiatief met weinig impact op de omgeving.

Inmiddels heeft een door een inwoner georganiseerde bijeenkomst honderden belangstellenden getrokken.

Als dát geen aanleiding is om opnieuw naar de gekozen participatievorm te kijken, wat dan wel?

De gemeentelijke regels zeggen bovendien dat bij initiatieven vanuit de samenleving de gemeente deze participatie stimuleert en faciliteert, maar het proces niet overneemt.

Dan vinden wij het vreemd dat de wethouder niet aansluit bij deze bewonersbijeenkomst en de opbrengst ervan vervolgens wordt doorgeschoven naar latere inloopsessies van gemeente en COA.

Ga erheen. Luister. Beantwoord vragen. En als de wethouder niet kan, stuur een bevoegde vervanger.

Dat is participatie in de praktijk.

Ook de ‘vier maanden’-constructie verdient onderbouwing

De wethouder stelt bovendien dat statushouders vanwege de bestaande hotelbestemming maximaal vier maanden achtereen op deze locatie kunnen verblijven zonder wijziging van de vergunning of tussenkomst van de gemeente.

Dat is een behoorlijk belangrijke juridische stelling. Publiceer daarom de juridische onderbouwing: welke vergunning, planregel en wettelijke bepaling maken deze specifieke collectieve COA-opvang mogelijk?

Dat voorkomt discussie en geeft inwoners duidelijkheid.

Wat moet er nu gebeuren?

De vergunningaanvraag moet nog worden beoordeeld. Het proces is dus niet klaar.

Wat ons betreft gebruikt de gemeente deze fase om de ontbrekende informatie alsnog openbaar te maken, de juridische onderbouwing te publiceren, de maatschappelijke gevolgen volledig in kaart te brengen en aantoonbaar vast te stellen dat onderwijs, zorg, begeleiding en andere voorzieningen beschikbaar zijn. En vooral: heroverweeg de keuze voor beperkte participatie nu overduidelijk is dat dit dossier grote maatschappelijke impact heeft.

Inwoners kunnen ondertussen zelf ook handelen. Stel vragen schriftelijk, wijs de gemeente op ontbrekende onderzoeken en tegenstrijdigheden, vraag om de juridische onderbouwing en blijf de eigen bewonersbijeenkomst gebruiken om vragen gezamenlijk te verzamelen. De eigen Participatieverordening biedt bovendien een concreet aanknopingspunt: het gemeentebestuur moet vooraf vastleggen wat het doel en de beïnvloedingsruimte van participatie zijn, hoe inwoners hun inbreng kunnen leveren en hoe die inbreng doorwerkt in de besluitvorming wanneer participatie wordt toegepast.

De gemeente schrijft in haar eigen Participatiekader:

“Alles wat we doen, is voor de samenleving.”

Laat dat dan ook hier zien.

Een wettelijke opvangopgave betekent niet dat zorgvuldigheid, transparantie en participatie optioneel worden. 120 statushouders én de huidige inwoners verdienen een plan waarvan vooraf is vastgesteld dat het daadwerkelijk kan werken.

Veel uitleg achteraf kan een verkeerde volgorde niet herstellen.

04/08/2026

🏛️ 700 inwoners willen in gesprek. De gemeente vindt het “te vroeg”.

“Ik spreek veel bewoners die zich storen aan het feit dat er een opvang komt zonder dat daar met inwoners over is gesproken. Ze hebben vragen. Veel vragen.”

Met die woorden kondigt inwoner Jean Walstock in de krant de bewonersbijeenkomst aan over de opvang van 120 statushouders in de KaFra Tower in Born.

De belangstelling is enorm. Volgens de krant hebben zich inmiddels ongeveer 700 inwoners aangemeld.

En dan volgt de reactie van de gemeente.

“Voor een bijeenkomst vindt de wethouder het nog te vroeg.”

Pas ná de vergunning wil de gemeente, samen met het COA, zelf een of meerdere inloopbijeenkomsten organiseren.

Lees die twee zinnen nog eens.

700 inwoners willen nú het gesprek aangaan. De gemeente wil dat gesprek pas voeren als de vergunning is verleend.

Dat is een opmerkelijke opvatting van participatie.

Want een gemeente is er vóór haar inwoners, niet andersom.

Wanneer inwoners zélf verantwoordelijkheid nemen, een zaal regelen, een bijeenkomst organiseren en een bestuurder uitnodigen, zou je verwachten dat een gemeente die betrokkenheid omarmt. Niet door de regie over te nemen, maar door aan te sluiten.

Als de wethouder verhinderd is, stuur je een vervanger.

Zo eenvoudig kan het zijn.

In plaats daarvan kiest de gemeente ervoor om een eigen bijeenkomst te organiseren. Dat is haar goed recht, maar het roept wel vragen op.

Want wie eerdere gemeentelijke bijeenkomsten heeft bezocht, weet dat deze vaak strak geregisseerd zijn: de gemeente bepaalt de agenda, het tijdstip, de vorm van de bijeenkomst en hoeveel mensen kunnen deelnemen. De ruimte voor een open gesprek is daardoor vaak beperkt.

Een burgerinitiatief werkt precies andersom.

Daar bepalen inwoners welke vragen op tafel komen.

Juist dát is de kracht van een lokale democratie.

Wat vooral opvalt, is dat vrijwel alle partijen tijdens de verkiezingen spraken over meer participatie, luisteren naar inwoners en dichter bij de dorpen staan.

Dat zijn mooie woorden.

Maar participatie laat zich niet organiseren op het moment dat de overheid daar zelf klaar voor is. Participatie begint op het moment dat inwoners zich uitspreken. En als 700 inwoners dat doen, is dat geen probleem dat je moet overnemen.

Het is een kans die je als gemeente zou moeten grijpen.

Niet omdat iedereen hetzelfde denkt. Maar omdat een overheid die vertrouwen wil opbouwen, begint met luisteren. Ook als het initiatief niet uit het gemeentehuis komt, maar uit de samenleving zelf.

Misschien is dat wel de belangrijkste vraag die inwoners de komende tijd aan hun wethouders en raadsleden kunnen stellen:

Zijn de beloften over participatie en luisteren naar inwoners nu al vergeten? Of laten onze volksvertegenwoordigers zien dat zij die woorden ook in de praktijk brengen?

11/07/2026

Even een misverstand uit de wereld helpen. 🏛️

De afgelopen dagen ontvangen we reacties als:

“Hoezo democratisch?”
“Nu nog de adressen erbij…”
“Wie zijn jullie eigenlijk?”
“Als je niet stemt, mag je niet klagen.”

Laten we de feiten op een rij zetten.

📌 Wij zijn géén politieke partij, géén bestuurder en géén publiek ambt. Wij nemen geen besluiten namens de gemeente en vertegenwoordigen niet alle inwoners van Sittard-Geleen. Dat claimen we ook nergens.

Wij zijn betrokken inwoners die gebruikmaken van een grondrecht: vragen stellen, informatie delen en het openbaar bestuur kritisch volgen.

📌 Raadsleden en het college hebben wél een publieke functie. Hun stemgedrag, besluiten en afwegingen zijn daarom openbaar. Daar vragen over stellen is geen intimidatie, maar een normaal onderdeel van democratische controle.

📌 Democratie stopt niet na de verkiezingen. Ook als je niet hebt gestemd, houd je het recht om vragen te stellen, kritiek te hebben en bestuurders ter verantwoording te roepen. Dat zijn burgerrechten, geen privileges voor mensen die een stembiljet hebben ingevuld.

📌 En nee, kritiek op openbaar bestuur is geen oproep tot bedreiging of intimidatie. Wij keuren bedreigingen, scheldpartijen en het persoonlijk lastigvallen van politici volledig af.

Maar laten we het debat wel zuiver houden: transparantie over politieke keuzes is iets heel anders dan mensen persoonlijk aanvallen.

Tot slot:

Deze pagina is bedoeld voor inhoudelijke discussie. Scheldwoorden, beschuldigingen, polariserend taalgebruik en het bewust verdraaien van de boodschap voegen niets toe aan het gesprek.

Wie inhoudelijk wil discussiëren: van harte welkom.

Wie alleen komt schelden of anderen wegzet: die helpen we graag uit de discussie en zo nodig van de pagina.

Want een gezonde democratie vraagt om betrokken burgers én een fatsoenlijk debat. Dat blijven we hier bewaken.

📋 Bij deze de openbare stemverhouding over het besluit “verzoek COA betreffende opvang in Kafra Born” van 9 juli 2026. W...
10/07/2026

📋 Bij deze de openbare stemverhouding over het besluit “verzoek COA betreffende opvang in Kafra Born” van 9 juli 2026. Wij delen deze informatie omdat inzicht in besluitvorming onderdeel is van democratische controle. De vraag die daarbij hoort: welke afwegingen zijn gemaakt en wie is aanspreekbaar als de gevolgen voor inwoners anders uitpakken dan verwacht?

Deze lijst laat zien hoe iedere fractie heeft gestemd. Daarmee kunnen inwoners zelf beoordelen welke keuzes zijn gemaakt en raadsleden kunnen uitleggen welke verantwoordelijkheid zij daarbij hebben genomen.

Adres

Markt 1
Geleen

Website

Meldingen

Wees de eerste die het weet en laat ons u een e-mail sturen wanneer Burgers van Sittard-Geleen aan zet nieuws en promoties plaatst. Uw e-mailadres wordt niet voor andere doeleinden gebruikt en u kunt zich op elk gewenst moment afmelden.

Snelkoppelingen

Delen

Type