01/02/2013
Verplicht bemestingsadvies voor groenten:
Sinds 1 januari 2013 is er een bemestingsverbod op percelen met groenten van groep I en II, uitgezonderd spruitkolen en vroege aardappelen (makkelijkheidshalve groenten I/II genoemd in rest van dit artikel) . Je kan als land- of tuinbouwer afwijken van dit bemestingsverbod indien je een stikstofanalyse laat nemen en je je laat adviseren. In het Besluit van de Vlaamse Regering, dat op vrijdag 25 januari werd goedgekeurd, wordt de praktische uitwerking verder verfijnd. We zetten voor u alles op een rijtje.
Waarover gaat het?
Het Uitvoeringsbesluit regelt de verdere uitwerking voor de afwijking van het bemestingsverbod voor groenten I/II, maar ook voor de combinaties van teelten die gelijkgesteld zijn met een combinatie van groenten I/II. De land- of tuinbouwer kan afwijken van dit bemestingsverbod als hij zich laat adviseren door een erkend laboratorium, een erkende telersvereniging of een erkend praktijkcentrum. De advisering houdt in dat de tuinbouwer beschikt over één of meerdere stikstofanalyses met bijhorend bemestingsadvies. De bemesting wordt beperkt tot de geadviseerde hoeveelheden zonder evenwel de geldende bemestingsnormen te overschrijden.
Groenten van groep I: bloemkool, groen selder, spruitkool, witte kool, boerenkool, spitskool, prei, broccoli, romanescokool, rodekool, savooikool, artisjok, Chinese kool, rabarber, andere kolen, bladselder of aardbeien.
groenten van groep II: spinazie, courgettes, sla, vroege aardappelen, knolselder, peterselie, bieslook, basilicum, augurken, pompoenen, knolvenkel, koolrabi, paksoi, sierteeltgewassen die geteeld worden op niet permanent overkapte landbouwgronden of andere groenten die geen groenten van groep I, geen groenten van groep III, geen teelt met lage stikstofbehoefte is.
groenten van groep III: wortelen, rapen, koolraap, rode biet, pastinaak, rammenas, radijs, mierikswortel, schorseneren, wortelpeterselie, asperges, erwten, bonen, dille, kervel, tijm, of andere kruiden met uitzondering van peterselie, bieslook en basilicum.
Aanvraag voor afwijking op het bemestingsverbod
Men gaat er van uit dat elke land- of tuinbouwer van de afwijking op het bemestingsverbod wenst gebruik te maken. Het aangeven van een groente I/II in de verzamelaanvraag impliceert automatisch ook een aanvraag tot afwijking van het bemestingsverbod voor de specifieke teelt. Als de Mestbank nadien bij controle zou vaststellen dat niet aan de voorwaarden is voldaan vervalt deze afwijking en geldt een nulbemesting of heb je geen recht op verhoogde bemestingsnormen voor teeltcombinaties op dit perceel. Op die manier wordt voldaan aan de vraag om de administratieve last te beperken.
Bodemstaal en bemestingsadvies
De bodemstalen voor de stikstofanalyse moeten door een erkend laboratorium worden genomen, tijdens de staalname moet gebruik gemaakt worden van de GPS datalogger. (dit is zo voor elke staalname in kader van het Mestdecreet). Binnen de 30 dagen na de staalname moet het labo de Mestbank hierover informeren via een internetapplicatie.
Per groenteteelt moet er minstens één analyse gebeuren in een voor de teelt relevante periode. Hiermee bedoelt men dat de staalname enerzijds niet mag gebeuren vóór de laatste bemesting van voorgaande teelt en anderzijds de staalname de mogelijkheid biedt een advies te hebben zodat de tuinbouwer de laatste bemesting van de groente I/II kan sturen. Deze werkwijze geeft de land- of tuinbouwer de mogelijkheid om de staalname te laten uitvoeren in een voor de teelt relevante periode om zo een nuttig gebruik van het bijhorende advies toe te laten.
Concreet voorbeeld voor de teelt van prei
Plantdatum : 15 juni
Oogstperiode : maand november
Bemesting : eind mei : eventueel een organische bemesting
15 juni : basisbemesting via kunstmest (bv. 50 eenheden)
16 augustus : staalname om bijbemesting op af te stemmen (indien veel neerslag na planten gebeurt dit best vroeger)
Op basis van dit staal zal dan een advies volgen om in 1 keer of 2 keer een bijbemesting uit te voeren.
Als het weer tegenvalt kan een extra advies nodig zijn in september.
Bij opmaak van het bemestingsadvies baseert het erkende labo, praktijkcentrum of telersvereniging zich op relevante informatie over het perceel die ze van de land- of tuinbouwer hebben verkregen zoals: oogstresten vorige teelt, onderwerken groenbemester, reeds uitgevoerde bemesting…
Als land- of tuinbouwer zorg je ervoor dat de in het bemestingsadvies geadviseerde hoeveelheden meststoffen op het perceel in kwestie niet worden overschreden. Niets belemmert je echter reeds een (basis)bemesting toe te dienen vooraleer een bodemanalyse en bijhorende bemestingsadvies aanwezig is. Van zodra het advies aanwezig is (dit dus ten laatste vóór de laatste bemesting van de groente I/II) mag je van dan af de geadviseerde hoeveelheid niet overschrijden. Uiteraard moet je bij uw totale gift ook rekening houden met de bemestingsnormen van het Mestdecreet. Het bemestingsadvies moet door de landbouwer worden bijgehouden en kan door de Mestbank worden opgevraagd.
Heb je een perceel met verscheidene kleine deelstukjes van diverse groenten (bv in de bio) kan je dit in uw verzamelaanvraag opgeven als één groenteteelt nl. ‘overige groenten’ wat dan onder groente groep II thuis hoort. Let op: het is hierbij niet de bedoeling om 2 grotere naast elkaar liggende percelen met groenten I/II samen te voegen en dan opgeven als ’overige groenten’. Zorg dat je minstens één staal (en advies) per perceel met groenten I/II hebt. Staan de groenten op meerdere kleinere perceeltjes, zorg er dan op zijn minst voor dat je toch één staal kan voorleggen per begonnen schijf van 1 ha (alle percelen met groenten I/II te samen) .
De komende maanden zullen er nog diverse vergaderingen worden georganiseerd samen met de proefcentra en CVBB. Voor meer uitleg omtrent dit uitvoeringsbesluit kun je op die vergaderingen terecht of bij uw tuinbouwconsulent.
De staalnames en bijhorend bemestingsadviezen kunnen ook gebeuren in het kader van de individuele bedrijfsbegeleiding door de erkende praktijkcentra. Bij het CVBB is een pakket voor bedrijfsbegeleiding uitgewerkt van 350 euro, dat kan ingevuld worden door bedrijfsbezoeken, staalnames en bemestingsadviezen. Maximaal 300 euro hiervan wordt gesubsidiëerd door het CVBB, als teler betaalt u bijgevolg 50 euro + 6% BTW op het totaalbedrag.
Geïnteresseerd ? Neem gerust vrijblijvend contact op met een praktijkcentrum in uw provincie.
Contactgegevens :
- West-Vlaanderen : 0496/26 35 94
- Oost-Vlaanderen : 0477/17 91 35
- Antwerpen : 0473/59 43 75
- Limburg : 0478/38 87 32
- Vlaams-Brabant : 0496/81 04 16
Toon De Keukelaere & Patrick Meulemeester