26/03/2019
Vind de ondernemersfouten
Vanochtend had ik wat tijd over voor mijn eerste coachingssessie en ik had ineens een onbedaarlijke nieuwsgierigheid naar het boek Mindgym. Ik wilde het boek graag meteen hebben en bedacht me dat het ook leuk zou zijn om een winkelier te steunen, nu ik tijd had om even om te fietsen. Ik zocht op boekwinkel op Google Maps en tot mijn verbazing ontdekte een boekwinkel die me nog nooit eerder was opgevallen, op mijn dagelijkse route van mijn kantoor naar huis.
Anyway, ik ga naar de boekwinkel binnen alwaar mijn vreugde al snel omslaat in – tja – ontmoediging. Luister en huiver, bedenk wat de beste boekwinkeliers allemaal anders zouden kunnen om meer - veel meer - te kunnen omzetten.
Ik kom de winkel binnen. Ik word niet begroet, maar ik ben zo blij met mijn ontdekking dat ik verheugd zeg: “Goh wat goed dat jullie hier zitten. Ik fiets hier iedere dag langs en heb jullie nog nooit gezien.” De dame achterin de winkel, verscholen achter een stapeltje boeken, kijkt op: “Dat hoor ik nou heel vaak. Terwijl we hier toch al 42 jaar zitten.”
Mijn innerlijke business coach komt meteen ongevraagd ten hulp: “Misschien zorgen dat de winkel wat meer opvalt aan de buitenkant.” Ik had beter moeten weten. De dame: “Nou, we hebben kranten buiten hangen en een grote banier. Dat moet toch wel genoeg zijn.”
“Nou, ik ben in ieder geval blij dat ik jullie nu ontdekt heb. Ik ben nogal een grootverbruiker van boeken, en steun graag de plaatselijke middenstand, maar ja, omdat geen boekwinkel wist kom ik toch meestal bij Bol uit.” Dat was er een in de categorie 'Dat had je nou niet moeten zeggen'.
De heer, druk bezig achter de toonbank zegt: “Ja Bol, die verpest het voor iedereen. Ze maken alles kapot.” Okaaaaay.
Hij gaat verder: “Mensen denken dat ze alles op voorraad hebben, maar dat is niet zo. Wij hebben alles op voorraad. Wij kopen in. Ze concurreren iedereen kapot.” Ik besluit het onderwerp te veranderen.
Ik: “Dat is mooi, daarom kom ik ook.”
Ik: “Waar staan jullie managementboeken?”
Hij: “Die hebben we niet. Die worden niet gekocht.”
Ik: “Oh, dat is jammer. Dat is ongeveer het enige wat ik in koop. Dan heb je aan mij geen goede klant. Hebben jullie het boek Mindgym?”
Hij: “Die hebben we niet op voorraad.”
Ik: “…”.
Hij lijkt de ironie niet te zien: “We kunnen hem wel voor je bestellen. Dan heb je hem morgen.”
“Okay.”
Ik geef mijn bedrijfsgegevens door en bestel nog twee Engelstalige boeken die op mijn lijstje staan.
Hij: “Wil je ze morgen of overmorgen?”
Ik: “… Eeehm morgen graag? Maar ik ben wel verbaasd dat jullie Mindgym niet verkopen. Het is een bestseller hoor. Bij Bruna liggen ze met stapels.”
Hij: “Bruna, ja, die maken ook alles kapot. Het zijn inkoopcombinaties. Ze zetten de uitgeverijen onder druk.”
Ik, nog altijd op vrolijke toon: “De sfeer hier binnen wordt er niet bepaald gezelliger op zo.”
Hij: “Nou ja het is bar en boos tegenwoordig, het is net wat de Albert Heijn doet voor eten. Steeds zoeken naar manieren om goedkoper geleverd te krijgen. Daar is wel iemand de dupe van. De zaak leidt er behoorlijk onder, het gaat steeds slechter.”
Inmiddels ben ik het gezeur beu en wil ik weg uit de winkel. Maar mijn innerlijke business coach ziet zoveel mogelijkheden dat ie het niet kan laten om te zeggen:
“Misschien wordt het dan tijd om te innoveren.”
Hij: “Nee hoor, wij zitten hier al 42 jaar. Wij gaan helemaal niks innoveren. Het zijn die grote jongens die alles kapot maken.”
Ik: “Nou, ik wens jullie veel succes, daaag!”