07/02/2023
Wie in 2022 het seminar bij ons op kantoor heeft bijgewoond en/of mijn nieuwsbijdragen heeft gelezen, weet alles over de wet die op 1 augustus 2022 in werking is getreden: de Wet Implementatie EU-richtlijn Transparante en Voorspelbare Arbeidsvoorwaarden.
Onderdeel van die wet is een regel die bepaalt dat de werkgever verplichte scholing kosteloos aan de werknemer moet aanbieden en die scholing wordt daarnaast als werktijd beschouwd. Het gaat daarbij om alle kosten die de werknemer moet maken in verband met die scholing.
De verplichting om scholing aan te bieden kan volgen uit nationale of Europese wetgeving of CAO’s.
Een belangrijke uitzondering hierop vormen beroepsopleidingen of opleidingen die werknemers verplicht moeten volgen voor het verkrijgen, behouden of vernieuwen van een beroepskwalificatie, zolang de werkgever deze opleiding niet verplicht is aan te bieden.
Het gaat bij verplichte opleidingen meestal om opleidingen op het gebied van veiligheid en arbeidsvoorwaarden.
Verder volgt uit deze nieuwe wet dat een studiekostenbeding nietig is als dat betrekking heeft op een verplichte scholing, waarvan een werknemer de kosten aan de werkgever moet terugbetalen als de werknemer binnen een bepaalde periode na afronding van de scholing ontslag neemt. De werknemer kan dan dus niet worden verplicht de kosten of een deel daarvan te vergoeden aan de werkgever.
Van belang is om te weten dat dit ook geldt voor studiekostenbedingen die al zijn afgesproken voor invoering van deze wet per 1 augustus 2022.
Studiekostenbedingen voor onverplichte opleidingen kunnen nog wel steeds worden afgesproken.
De nieuwe regelgeving is hiermee gegeven en is bij u bekend dan wel wordt bij u bekend verondersteld. Een en ander is terug te vinden in artikel 7:611a BW.
Op 19 december 2022 heeft de Rechtbank Midden-Nederland een uitspraak gedaan over de geldigheid van een studie-overeenkomst (vindplaats: ECLI:NL:RBMNE:2022:5560)
Werkgever en werknemer waren een studieovereenkomst overeengekomen. De vraag was of werknemer bij beëindiging van het dienstverband studiekosten aan de werkgever diende terug te betalen?
De kantonrechter vond van wel, nu in dit geval geen sprake was van een voor de functie noodzakelijke scholing, zodat het beroep van de werknemer op nietigheid van de studie-overeenkomst niet opging. De werknemer zal dus de gemaakte studiekosten terug moeten betalen.
U ziet hiermee een toepassing van wetgeving die enkele maanden geleden is ingevoerd. Zowel voor werkgevers en werknemers geldt dat het van belang is om goed te letten op deze nieuwe wetgeving bij het aangaan van een studieovereenkomst.
Wilt u hierover nader geadviseerd worden dan weet u mij wel te vinden.
Richard Geurts