15/05/2017
OVERHEID EN SAMENLEVING: EEN KLOOF DIE OVERBRUGD KAN WORDEN
De afgelopen week verschenen er twee artikelen op LinkedIn die schijnbaar geen enkele relatie met elkaar hebben. In het ene artikel (Zie "Marktplaats/inhuurdesk in deze tijd in deze vorm nog houdbaar?") plaatst Ursula Schouten kritische kanttekeningen bij het gebruik van marktplaatsen/inhuurdesken voor het werven van tijdelijk personeel. In haar praktijk merkt ze dat niet alleen de intermediairs en gedetacheerden, maar ook de opdrachtgevers niet blij zijn met deze middelen: inefficiënt, star en bureaucratisch. Het menselijke contact, waarbij gesproken kan worden over datgene waar de vraag voor ondersteuning werkelijk om draait, wordt door alle partijen zeer gemist. En toch gaan overheden door met gebruik van dit middel, omwille van transparantie en rechtmatigheid.
Het andere andere artikel ("Energietransitie - wie moet nou echt in transitie?") schetst Derk Moor treffend hoe overheden worstelen met de vraag hoe ze burgers en bedrijven meekrijgen in de gewenste transitie naar een duurzame energievoorziening, terwijl de voorbeelden van private initiatieven allom in het land zichtbaar zijn en mensen staan te popelen om mét de overheid aan de slag te gaan om projecten te realiseren.
Het zijn twee totaal verschillende onderwerpen. Maar ze illustreren beide hoe groot de kloof in veel gevallen (nog) is tussen overheid en samenleving. Het zijn twee gescheiden werelden met elk hun eigen werkelijkheid. De ambtenaren buigen zich in hun ivoren stadkantoren over vraagstukken waar de samenleving allang een antwoord op heeft. Omdat die samenleving nuchter en pragmatisch met vraagstukken omgaat. Liever denkt in mogelijkheden dan in risico's en belemmeringen. In diezelfde torens proberen andere ambtenaren alle risico's uit te sluiten en met bureaucratische protocollen aan te tonen dat er eerlijk, rechtmatig en transparant wordt gewerkt. Terwijl daardoor juist een formalistische Chinese muur wordt opgetrokken waar niemand gelukkig mee is. (Ik denk overigens dat we als samenleving, de media voorop, een sterke hand hebben gehad in deze ontwikkelingen. Als immers elke onduidelijkheid onder een vergrootglas wordt gelegd en ogenblikkelijk met wantrouwen wordt benaderd, dwing je organisatie om zich in te dekken, zeker als het om politieke organisaties gaat. Maar dat is een ander onderwerp.)
Waar het mij om gaat is dat de genoemde kloof, als we niet oppassen, de komende jaren verder zal toenemen. Er is immers een ontwikkeling gaande waarin de samenleving steeds meer gevraagd wordt te participeren in de ontwikkeling en uitvoering van beleid. In het sociale domein is dat met de decentralisatie van de jeugdzorg, de invoering van de participatiewet en de WMO al zichtbaar. Met de invoering van de Omgevingswet voor het ruimtelijke domein zal dat nog meer duidelijk worden. Essentie van die laatste wet is immers dat er in de beleidskaders veel meer ruimte wordt gelaten voor invulling door de markt. Geen heldere, maar tegelijk strakke richtlijnen meer, die verwoord zijn in bestemmingsplannen en bijvoorbeeld de wet milieubeheer, maar een omgevingsplan dat ruimte biedt om op een flexibele manier invulling te geven aan de richtlijnen voor de kwaliteit van de leefomgeving. UItgangspunt daarbij is dat de initiatiefnemer andere betrokkenen uit de samenleving betrekt bij de ontwikkeling van zijn plannen. Participatief ontwikkelen dus. En de overheid is een van die partijen. Een partij waarvan nu eens verwacht wordt dat ze een stimulerende, dan weer een faciliterende of coördinerende rol zal innemen. Tussen, en samen met de andere deelnemers in het project. Maar op dit moment lijkt die overheid nog vaak te opereren vanuit een ander universum. Een universum waarin regels belangrijker lijken dan de doelen en resultaten. Waarin ambtenaren die met passie voor hun vak en hart voor de zaak vastlopen op de muren die er tussen de verschillende domeinen zijn opgetrokken. Een wereld waarin het beheersen van risico’s centraal staat.
Die overheidswereld staat vaak haaks op de ‘gewone mensenwereld’, zoals blijkt uit de voorbeelden van Derk Moor. En uit het artikel van Ursula Schouten blijkt dat er ook ambtenaren zijn die graag willen werken als ‘de gewone mensenwereld’. Daarvan heb ik er in mijn rol als teammanager en afdelingshoofd bij overheden gelukkig ook heel veel meegemaakt. Zaak is om die zaadjes van cultuurverandering te voeden, bij elke gelegenheid die zich voordoet. In mijn rol als interim- en verandermanager doe ik dat voortdurend ‘on the job’. De implementatie van de Omgevingswet biedt er uitgelezen handvatten voor. Laten we met elkaar die kansen grijpen. Een andere keer ga ik daar graag verder op in.