10/04/2020
Platte triage
Corona-cijfers. We worden ermee om de oren geslagen. Aantal ziekenhuisopnamen, IC-opnamen, besmettingen, dodelijke slachtoffers. Als dagkoersen komen ze tot ons. In curves en staafdiagrammen. En als cijferfetisjisten vréten we ze.
Wie zich verdiept in de gegevens erachter, weet dat uit dit rijtje het IC-opnamen-cijfer waarschijnlijk het minst onbetrouwbaar is. Je kunt ze tenslotte eenvoudig tellen. Wie er niet ligt, telt niet mee.
We zagen en zien dat cijfer dan ook steeds prominent verschijnen als basis voor gekozen crisisbeleid: met elkaar ervoor zorgen dat iedereen de kans op levensreddende medische zorg krijgt. Overbelasting van die IC-zorg leidt tot hét schrikbeeld: triage. Voor wie zetten we die levensreddende zorg nog in, en wie laten we…. eh, plat gezegd, sterven?
Dat dit principe leidend is, vertegenwoordigt een bepaalde waarde die we, zij het niet zo expliciet, blijkbaar met elkaar hebben afgesproken: iedereen heeft recht op leven en onnodige dodelijke slachtoffers vinden we onacceptabel. Dus is het devies: flatten the curve! Ziek worden kan – en zal, zo liet de premier ons een paar weken terug weten -, maar in godsnaam niet allemaal tegelijk. Want dan kunnen we die waarde niet overeind houden. Termen als ‘solidariteit’, ‘alleen samen’, ‘strijd’, ‘frontlinie’, ‘verslaan’ etc. worden daarvoor ingezet. Oorlogsretoriek.
Maar die triage is allang een feit. En ze is tamelijk plat.
Aan de bovengenoemde waarde offeren we namelijk andere gezamenlijke waarden op. We maken de keuze voor het recht op leven ten koste van hoe dat leven inhoud heeft.
We zijn niet eenzaam.
We stérven niet eenzaam.
We vieren en betreuren het bestaan in elkaars nabijheid.
We zorgen gezamenlijk voor de kwetsbaren onder ons.
We zijn veilig in ons eigen huis.
We mogen gaan waar en denken wat we willen, en we mogen ons daarin verenigen.
We zijn autonoom.
We helpen onze samenleving vooruit door onze kinderen te onderwijzen.
We zijn vrij.
Het is een ruwe greep en een niet limiterend lijstje. Ik haal er 2 waarden at random uit:
De zorg voor de kwetsbaren onder ons: een snelle blik op de situatie van onze medeburgers in verpleeghuizen en woonvormen voor gehandicapten levert huiver op. Aan de basisvoorwaarde van medemenselijkheid kunnen we eigenlijk niet meer voldoen.
De veiligheid in eigen huis: in ‘moeilijke’ gezinnen staat de veiligheid nog veel huiveringwekkender op de tocht dan voorheen. Voor zowel kinderen als volwassenen. Als samenleving zijn we niet meer in staat die veiligheid voldoende te waarborgen.
De platte triage is: dit zijn slachtoffers, maar geen dodelijke, en dus acceptabel en ‘nodig’. Dat klinkt hard, maar is blijkbaar de keuze die we gezamenlijk maken. We stellen ‘onnodige dodelijke slachtoffers’ tegenover ‘nodige niet-dodelijke slachtoffers’. Die keuze is mogelijk verdedigbaar, maar ik wil dan wel graag dat deze prijs helder is en erkend wordt. Ook al is die niet in cijfers of diagrammen weer te geven.
Ik durf hier, vooralsnog, niet te stellen dat het middel erger is dan de kwaal. Dat gaat me te ver.
Maar wel dat een zichzelf respecterende overheid én samenleving de verhouding tussen middel en kwaal moeten erkennen. En daarop keuzes moeten bepalen. Anders blijft die triage te onzichtbaar en te plat en kunnen we niet bepalen wie onnodige en nodige slachtoffers zijn.