JuraConsult

JuraConsult JuraConsult: een betrouwbaar, onafhankelijk en informeel adviesbureau voor juridische dienstverlenin

In onderstaande uitspraak van 13 december 2017 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) zi...
06/01/2018

In onderstaande uitspraak van 13 december 2017 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) zich uitgesproken over woningen in de nabijheid van een windturbinepark waar 5 windturbines zijn geplaatst. De windturbines zijn eigendom van Eneco wind. De vraag was of deze woningen worden beschouwd als bedrijfswoningen behorende bij het windturbinepark.
Voor bedrijfswoningen hoeft namelijk niet aan de geluidsgrenswaarden te worden voldaan. De windturbines zijn geen eigendom van de bewoners en de bewoners zijn ook niet als werknemer in dienst van Eneco wind. Het windturbinepark is wel een gezamenlijk initiatief van de eigenaren van de woningen en Eneco wind. De woningen liggen op ca. 400 mtr afstand van de windturbines.
De Afdeling heeft geoordeeld dat de woningen dienen te worden beschouwd als bedrijfswoningen behorende bij het windturbinepark vanwege het feit dat de eigenaren toezicht houden op de goede werking van het windturbinepark; zij daarvoor ook toegang krijgen tot het windturbinepark; zij mede zorg dragen voor het onderhoud én voor deze werkzaamheden een vergoeding krijgen.
Geen beperking door geluidsgrenswaarden voor deze woningen dus! Wel geldt er ook voor deze woningen in het kader van een goede ruimtelijke ordening dat er een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gerealiseerd. Welke norm in dat geval voor de bedrijfswoningen dan wél aanvaardbaar is, bepaalt het bevoegd gezag (in de meeste gevallen de gemeente).

"); $(w.document.body).html(html); w.document.getElementById("linkToPrint").href = "javascript:window.document.close(); window.focus(); window.print();"; w.document.getElementById("linkToPrint").className = "no-print"; w.document.getElementById("dplbox").style.display = 'none'; w.document.getElement...

13/07/2017

Het zomerseizoen is weer in volle gang. Traditioneel het seizoen van de grote evenementen en festivals en in het Westland de gezellige dorpsfeesten!
In de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 5 juli 2017 ging het om de vraag om een omwonende recht heeft op nadeelcompensatie vanwege overlast.
De Afdeling is duidelijk. Wanneer het gaat om een jaarlijks terugkerend evenement waarvan de overlast van tijdelijke duur is vanwege de beperkte duur van het evenement, en er controle plaatsvindt op de naleving van de voorschriften, dan valt de schade binnen het maatschappelijk risico. In dat geval is er geen recht op schadevergoeding!

Uitspraak 201608229/1/A2 Datum van uitspraak: woensdag 5 juli 2017 Tegen: de burgemeester van Wijchen Proceduresoort: Hoger beroep Rechtsgebied: Algemene kamer - Hoger Beroep - Schadevergoeding ECLI: ECLI:NL:RVS:2017:1787 201608229/1/A2.Datum uitspraak: 5 juli 2017AFDELINGBESTUURSRECHTSPRAAKUitspraa...

31/05/2017

In een uitspraak van de Afdeling van de Raad van State van 24 mei 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1374, bevestigt de Afdeling eerdere jurisprudentie. Daarin is bepaald dat onder een goede ruimtelijke ordening mede een goed ondernemersklimaat moet worden verstaan.
In deze kwestie ging het om het relativiteitsbeginsel. Dit houdt in dat vernietiging van een besluit wordt belet, indien de regel of rechtsregel niet strekt tot bescherming van het belang van degene zich daarop beroept.
In bovengenoemde uitspraak gaat het om een tankstation dat zich verzet tegen de vestiging van een ander tankstation in de omgeving. De rechtbank had het beroep niet gehonoreerd en achtte een concurrentiebelang geen belang dat uit oogpunt van een goede ruimtelijke ordening moet worden beschermd.
De Afdeling is het niet met de rechtbank eens en overweegt dat het behoud van een goed ondernemersklimaat onderdeel is van het in de WABO neergelegde belang van een goede ruimtelijke ordening. De vestiging van een tankstation op een afstand van 1,5 km kan volgens de Afdeling leiden tot een minder gunstig ondernemersklimaat voor het bestaande tankstation.

27/12/2016

Wijziging van een onherroepelijke omgevingsvergunning is niet mogelijk. Er zal opnieuw een afweging moeten worden gemaakt of een vergunning noodzakelijk is ter legalisering.
De Raad van State heeft eerdere jurisprudentie hierover op 7 december 2016 opnieuw bevestigd.

https://www.raadvanstate.nl/uitspraken/zoeken-in-uitspraken/tekst-uitspraak.html?id=89655&summary_only=&q=

Uitspraak 201508157/1/A1 Datum van uitspraak: woensdag 7 december 2016 Tegen: het college van burgemeester en wethouders van Hollands Kroon Proceduresoort: Tussenuitspraak/bestuurlijke lus Rechtsgebied: Algemene kamer - Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom ECLI: ECLI:NL:RVS:2016:3277 201508157/1/...

28/09/2016

Een partij die een vaststellingsovereenkomst heeft gesloten met het bevoegd gezag komt daarop in beginsel een beroep toe in een bestuursrechtelijke procedure.
Dat heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) op 21 september 2016 uitgesproken.
De casus is als volgt. Een gemeente is in een vaststellingsovereenkomst met een partij overeen gekomen dat bepaalde opslagactiviteiten onder het overgangsrecht vallen. De gemeente heeft aan het betreffende bedrijf een handhavingsbesluit opgelegd om de opslagactiviteiten te beëindigen. Het bedrijf beroept zich op de vaststellingsovereenkomst. De Afdeling overweegt dat een partij die een dergelijke vaststellingsovereenkomst met het bevoegd gezag heeft gesloten, daarop in beginsel een beroep toekomt in een bestuursrechtelijke procedure. Jegens derden kan op die vaststellingsovereenkomst geen beroep worden gedaan. Zij zijn immers geen partij bij de vaststellingsovereenkomst en kunnen zich beroepen op hun eigen belangen die zich ertegen kunnen verzetten dat het bestuursorgaan afziet van handhaving. In dit geval had het college echter niets aangevoerd waaruit moet worden afgeleid dat de belangen van derden in het geding zijn en evenmin dat het honoreren van een beroep op de vaststellingsovereenkomst ertoe leidt dat een zwaarwegend algemeen belang zodanig wordt geschaad dat afwijking van de vaststellingsovereenkomst gerechtvaardigd is.
De uitspraak is te lezen via onderstaande link.

https://www.raadvanstate.nl/uitspraken/zoeken-in-uitspraken/tekst-uitspraak.html?id=88878&summary_only=&q=201505643

01/07/2016

In artikel 2.14 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) is vastgelegd dat bij de beslissing op een aanvraag voor een omgevingsvergunnning milieu rekening gehouden moet worden met redelijkerwijs te verwachten ontwikkelingen die van belang zijn met het oog op de bescherming van het milieu.
In onderstaande uitspraak van de Raad van State van 22 juni 2016 is nog eens herhaald dat indien er geen sprake is van bestemmingsplan die een dergelijke ontwikkeling toestaat, of er is geen omgevingsvergunning verleend voor afwijking daarvan, de ontwikkeling niet is aan te merken als een redelijkerwijs te verwachten ontwikkeling waarmee rekening gehouden moet worden.

https://www.raadvanstate.nl/uitspraken/zoeken-in-uitspraken/tekst-uitspraak.html?id=88140&summary_only=&q=201505611

JuraConsult: een betrouwbaar, onafhankelijk en informeel adviesbureau voor juridische dienstverlenin

01/07/2016

Op 1 juli 2015 is de Wet doorstroming huurmarkt 2015 in werking getreden. Onderdeel van de nieuwe wet is dat een verhuurder met een huurder van zelfstandige woningen een huurovereenkomst kan afsluiten van maximaal 2 jaar zonder dat de huurder na afloop van de huurtermijn aanspraak kan maken op huurbescherming. Bij een niet zelfstandige woning (kamerverhuur) geldt een termijn van 5 jaar. De verhuurder moet wel drie maanden tot uiterst één maand voor de einddatum van de huurovereenkomst aan de huurder laten weten dat de huurovereenkomst eindigt. Doet de verhuurder dat niet dan kan de huurder alsnog een beroep doen op huurbescherming.
Voor de wettekst zie:
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2016-158.html

Alzo Wij in overweging genomen hebben dat het wenselijk is Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en enkele andere wetten zodanig te wijzigen dat nadere maatregelen worden genomen teneinde een verdere doorstroming op de huurmarkt te bevorderen;

25/09/2015

Vanaf 1 januari 2016 zal de Wet aanpassing arbeidsduur worden omgevormd naar de Wet flexibel werken. Werknemers kunnen op grond van de Wet flexibel werken een verzoek doen bij de werkgever om hun arbeidsomvang, arbeidstijden of arbeidsplaats aan te passen. De werknemer moet wel een half jaar in dienst zijn alvorens een verzoek te kunnen doen. De werkgever kan het verzoek alleen weigeren als er een zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang is.

05/08/2015

De Raad van State heeft uitspraak gedaan inzake de buitentrap. De Afdeling betoogt dat het overgangsrecht voor bestaande maten slechts geldt voor onherroepelijke vergunningen. De Afdeling overweegt dat een ander oordeel ertoe zou kunnen leiden dat een bezwaarprocedure tegen een voor de inwerkingtreding van een nieuw bestemmingsplan verleende, niet onherroepelijke, omgevingsvergunning illusoir zou worden.
De uitspraak is opvallend nu de Afdeling voorbij lijkt te gaan aan de mogelijkheid van bezwaarmakers om schorsing van de vergunning te verzoeken juist om toepassing van het overgangsrecht te voorkomen.

11/06/2015

Vandaag ging het bij de Raad van State om het volgende:
Er is door de gemeente met gebruik making van ontheffing vanwege de hoogte, een omgevingsvergunning verleend voor de bouw van een buitentrap met leuning.
Daartegen is bezwaar gemaakt door de buren. De gemeente trekt bij de beslissing op bezwaar de vergunning in. Vergunninghouder vecht de intrekking aan. Tijdens de bezwarenprocedure treedt een nieuw bestemmingsplan in werking waarin een planregel is opgenomen dat bouwwerken waarvan bestaande maten afwijken van het bestemmingsplan en die op het moment van in werking treding van het bestemmingsplan kunnen worden gerealiseerd, als hoogst toelaatbare maat in stand mogen worden gehouden. Vergunninghouder beroept zich op deze planregel. De gemeente alsmede de rechtbank betogen dat deze planregel alleen ziet op onherroepelijke vergunningen omdat anders de bezwarenprocedure een farce zou worden.
Ik deel die mening niet. Nu er ten tijde van de in werking treding van het nieuwe bestemmingsplan een vergunning is verleend die bovendien niet is geschorst is er sprake van een geldige bouwtitel en wordt er voldaan aan de planregel voor bestaande maten. Het staat bezwaarmakers immers vrij om een verzoek om voorlopige voorziening in te dienen. Bij toewijzing hiervan volgt schorsing van de vergunning en is de planregel van bestaande maten niet van toepassing. De bezwarenprocedure heeft dus nog wel degelijk zin.
Ben benieuwd naar de visie hierop van de Afdeling.

Adres

Maasdijk

Website

Meldingen

Wees de eerste die het weet en laat ons u een e-mail sturen wanneer JuraConsult nieuws en promoties plaatst. Uw e-mailadres wordt niet voor andere doeleinden gebruikt en u kunt zich op elk gewenst moment afmelden.

Contact

Stuur een bericht naar JuraConsult:

Delen