27/05/2026
BOEREN LET OP!
In het Ontwerp Koersdocument beregeningsbeleid Noord-Brabant wordt het navolgende voorgesteld:
• Per 1 januari 2027 geldt een restrictief beleid voor nieuwe grondwaterputten (nieuwe onttrekkingsinrichtingen alleen onder voorwaarden), ook voor de flexibele gebieden
• Per 1 januari 2030 is het hebben van een Bedrijf Bodem- en WaterPlan (BBWP) voor elke agrarische onderneming verplicht, evenals het hebben van een debietmeter per onttrekkingsinrichting (al dan niet voorzien van telemetrie). Zonder BBWP en debietmeter is beregenen via de onttrekkingsinrichting vanaf 1 januari 2030 verboden en de waterschappen handhaven hierop.
• Ten behoeve van het beregenen in de beschermde gebieden bepaalt een Passende Beoordeling wat de maximale beregeningsruimte is waarbinnen geen significante negatieve effecten optreden in de natuurgebieden. De Passende Beoordeling wordt in 2026 door de provincie Noord-Brabant en waterschappen in samenspraak met de partners, met respect voor ieders taken en verantwoordelijkheden, uitgevoerd;
• Op basis van de beregeningsruimte die volgens de Passende Beoordeling maximaal beschikbaar is in de beschermde gebieden volgt de beregeningsruimte die beschikbaar is (overblijft) voor de flexibele gebieden. Dit kan aanleiding geven om in 2030 de verdeling van de beregeningsruimte tussen de drie waterschappen te herzien;
• De waterschappen verdelen deze beregeningsruimte over de onttrekkingsinrichtingen in haar beheergebied. In 2030 is duidelijk hoeveel beregeningsruimte de waterschappen per onttrekkingsinrichting toekennen in de beschermde gebieden;
• In 2033 hebben de waterschappen deze beregeningsruimte per onttrekkingsinrichting in de beschermde gebieden vastgelegd in een vergunning. Handhaving hierop door de waterschappen vindt per 1 januari 2033 (of zoveel eerder als mogelijk) plaats;
• In 2033 is duidelijk hoeveel beregeningsruimte de waterschappen per onttrekkingsinrichting toe kunnen kennen in de flexibele gebieden. Tussen 2033 en uiterlijk 2039 (of zoveel eerder als mogelijk) leggen de waterschappen de beregeningsruimte per onttrekkingsinrichting vast in een vergunning. Vanaf 1 januari 2040 (of zoveel eerder als mogelijk) handhaven de waterschappen op deze maximale beregeningsruimte in de flexibele gebieden.
• De agrarische ondernemers dragen de kosten voor de verplichte debietmeters. Daar waar de waterschappen een transponder verplicht stellen, vergoeden de waterschappen en de provincie Noord-Brabant gezamenlijk 50% van de benodigde investering. De waterschappen dragen de kosten voor het data platform. Voor de implementatie van de debietmeters en transponders, de nadere uitwerking en implementatie van het beregeningsbeleid en de handhaving zijn extra fte’s en financiële middelen nodig bij de drie waterschappen en de provincie Noord-Brabant
• Kleine onttrekkingen: Het beleid voor kleine grondwateronttrekkingen (