19/06/2026
Hier mijn wekelijkse column voor mijn trouwe FB-volgers.
De zin en onzin van participatie
Bij herhaling blijkt dat de zo gewenste participatie van inwoners in een bestuurlijk proces meer ongerustheid dan gerustheid oplevert. Dat is natuurlijk niet vreemd, want het gaat dan altijd over goed voorbereide voorstellen waarna er politieke beslissingen dienen te worden genomen. Het gaat dus nagenoeg altijd over collegevoorstellen waarover deskundigen en specialisten zich al hebben gebogen. De geschiedenis leert dat nieuwe plannen altijd zorgen voor een zekere mate van ongerustheid bij mensen die menen dat hun belangen in het geding komen.
De inmiddels zeer populaire sociale media hebben voor een bijzondere dynamiek gezorgd, waarbij de macht van het getal door de verantwoordelijke politici nauwelijks op de juiste waarde wordt ingeschat. Als er op het protesterende geroeptoeter van onwetenden enkele tientallen reacties volgen, schieten onze politieke vertegenwoordigers direct in de stress en reageren te vaak al even roeptoeterend.
Het politieke landschap is veranderd; de gemeenteraad is geen daadkrachtige bestuurlijke organisatie meer. Integendeel: als inwoners duidelijk maken dat zij zich zorgen maken, neemt de huidige lokale politiek die zorg in veel gevallen direct over. Het is geen geheim dat er bij ieder bouwplan een protestbeweging wordt geformeerd, waarbij de onwetendheid van de inwoners naadloos wordt gekoppeld aan de ondeskundigheid van de volksvertegenwoordigers. Te vaak worden er in belangrijke politieke vergaderingen van het hoogste orgaan in de gemeente Noordwijk vragen gesteld waarvan ik – en dus iedereen – het feitelijke antwoord allang kan weten.
Commissievergaderingen in onze gemeentelijke politiek zijn verworden tot bijeenkomsten waar vooral niet het besturen van de gemeente centraal staat, maar het uitmelken van de belangen van specifieke groepen inwoners. Beeldvorming, louter gebaseerd op de meningsvorming bij insprekende inwoners, is inmiddels het belangrijkst geworden. Politieke standpunten gaan tegenwoordig niet verder dan de populistische uitroep: ‘Wat heeft de Noordwijker of Noordwijkerhouter eraan?’
Politieke debatten hebben in de gemeente Noordwijk daardoor het niveau van spreekbeurten in een brugklas. Het gevolg is overal in het dorp waarneembaar: vertraging van ontwikkeling is troef en bijzaken worden hoofdzaken. Bestaande deskundigheid wordt door bijna elke politieke vertegenwoordiger in twijfel getrokken en eigentijdse ontwikkelingen worden met angst en beven tegemoet gezien. Naïviteit regeert. Zo willen verzamelde buurtbewoners op basis van hun onderbuik verkeersdeskundigen ervan overtuigen dat rotondes beter functioneren dan slimme verkeerslichten (door hen hardnekkig nog altijd ‘stoplichten’ genoemd). En anderen verkondigen vroom niets tegen arbeidsmigranten te hebben, zolang zij maar niet in hun eigen leefomgeving worden gehuisvest.
De democratie nekt ons allen. De tien partijen in de gemeenteraad tonen zich waardeloos als het om noodzakelijke ontwikkelingen gaat. Maar ‘Geachte Inwoner,’ niet getreurd, het zal allemaal wel weer goed komen.