Bonnet en Partners Bedrijfsadviseurs

Bonnet en Partners Bedrijfsadviseurs Welkom op de Facebook account van Bonnet en Partners. Ons kantoor is werkzaam in de financieel administratieve en fiscale dienstverlening.

29/09/2017

Belastingplan 2018: wijzigingen binnen de inkomstenbelasting

In het Belastingplan 2018 zitten een aantal wijzigingen met betrekking tot de inkomstenbelasting. Zo wordt de vrijstelling voor pleegzorgvergoedingen en de geldigheidsduur van de multiplier giftenaftrek met een jaar verlengd, de inkeerregeling afgeschaft en worden de administratieve lasten voor S&O-inhoudingsplichtigen verlicht.

Verlenging geldigheidsduur vrijstelling pleegzorgvergoedingen

Op grond van de in de Wet inkomstenbelasting 2001 opgenomen horizonbepaling vervalt onder meer de vrijstelling van pleegzorgvergoedingen met ingang van 1 januari 2018. Deze vrijstelling is per 2013 ingevoerd. Met de vrijstelling moet worden voorkomen dat bij het bieden van pleegzorg aan meer dan drie kinderen een onderzoek zou moeten worden ingesteld of er sprake is van een bron van inkomen doordat bij het opvangen van meer dan drie kinderen de pleegzorgvergoeding mogelijk uitgaat boven de kosten die pleegouders voor hun pleegkinderen maken. De vrijstelling heeft destijds via de horizonbepaling in beginsel een tijdelijk karakter gekregen, waarbij de vrijstelling uiteindelijk structureel zou kunnen worden gemaakt bij een positieve uitkomst van een door het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) in 2017 uit te voeren beleidsevaluatie over de gevolgen van de vrijstelling.

Omdat dit onderzoek noodzakelijk is voor de hiervoor beschreven evaluatie en de resultaten hiervan niet eerder dan begin volgend jaar beschikbaar zullen zijn, is in afwachting daarvan de evaluatie van de vrijstelling voor pleegzorgvergoedingen met een jaar uitgesteld. Voorgesteld wordt de in de genoemde horizonbepaling opgenomen vervaldatum te verschuiven naar 1 januari 2019 en in de loop van 2018 te bezien of de vrijstelling structureel kan worden gemaakt.

Verlenging geldigheidsduur multiplier giftenaftrek

Ook de regeling van de multiplier giftenaftrek wordt met een jaar verlengd. Met ingang van 1 januari 2012 geldt een verhoogde giftenaftrek in zowel de inkomstenbelasting als de vennootschapsbelasting voor giften aan culturele instellingen (multiplier giftenaftrek) om zo de giften extra te stimuleren. Op grond van die horizonbepaling vervalt de multiplier giftenaftrek in zowel de inkomstenbelasting als de vennootschapsbelasting met ingang van 1 januari 2018. Het kabinet heeft in januari 2017 de giftenaftrek, van de praktijk rondom de algemeen nut beogende instellingen (ANBI’s) en de sociaal belang behartigende instellingen (SBBI’s) laten evalueren. Beleidsconclusies aan de uitkomsten van die evaluaties is voorbehouden aan het volgende kabinet. Dat betekent dat een besluit op basis van deze evaluaties over de vraag of de multiplier giftenaftrek al dan niet moet worden gecontinueerd momenteel niet kan worden genomen. Daarom wordt voorgesteld om de geldigheidsduur van de regeling van de multiplier giftenaftrek met een jaar te verlengen.

Inkeerregeling afgeschaft

Het kabinet maakt een einde aan het inkeerbeleid. De inkeerregeling is met ingang van 1 januari 1998 ingevoerd met als achterliggende gedachte dat het risico op een boete een zwartspaarder er niet van zou moeten worden weerhouden om zich te melden bij de Belastingdienst. Over de periode van 2002 tot eind 2016 heeft dat in totaal circa €2 miljard opgeleverd.

Het kabinet vindt daarom de tijd rijp om een einde te maken aan het coulante inkeerbeleid voor belastingplichtigen en toeslaggerechtigden die niet voldoen aan de voor de fiscaliteit en toeslagen geldende wetgeving. Daarnaast vindt het kabinet het onwenselijk dat belastingontduikers (gedeeltelijk) straffeloos kunnen blijven. Dit is een verkeerd signaal naar de maatschappij en is slecht voor de belastingmoraal van burgers die wel tijdig en correct aan hun verplichtingen voldoen.

De Belastingdienst zal daarom, wanneer hij via de inkeerder op de hoogte raakt van een beboetbare of strafbare overtreding, bezien of de overtreding(en) beboeting of strafvervolging rechtvaardigt. Daarbij zullen onder andere het nadeelbedrag, het aantal ontduikingsjaren en recidive worden meegewogen. Door ook strafrechtelijke vervolging in geval van inkeer mogelijk te maken, wordt het opnieuw ontstaan van eventuele onevenwichtigheid in het systeem van bestraffing voorkomen.

Overgangsrecht
Ter zake van de afschaffing van de inkeerregeling in de fiscaliteit en toeslagen wordt voorzien in overgangsrecht. De huidige inkeerregeling blijft voor de fiscaliteit van toepassing met betrekking tot aangiften die vóór 1 januari 2018 zijn gedaan of hadden moeten zijn gedaan en met betrekking tot inlichtingen, gegevens of aanwijzingen die vóór 1 januari 2018 zijn verstrekt of hadden moeten zijn verstrekt. Voor de in de Awir opgenomen inkeerregeling geldt dat deze van toepassing blijft met betrekking tot inlichtingen en gegevens die vóór 1 januari 2018 zijn verstrekt of hadden moeten zijn verstrekt.

S&O-verklaringen

Op grond van de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen (WVA) is een inhoudingsplichtige verplicht over het aantal aan speur- en ontwikkelingswerk (S&O) bestede uren en gemaakte kosten en uitgaven per afgegeven S&O-verklaring een mededeling aan de minister van Economische Zaken (EZ) te doen. Sinds 2016 is het mogelijk om uren, kosten en uitgaven waarvoor een S&O-verklaring is afgegeven later in het kalenderjaar te maken dan in de periode waarop de S&O-verklaring betrekking heeft. Hierdoor is het doen van een mededeling gespecificeerd per S&O-verklaring complexer geworden. Om de administratieve lasten voor S&O-inhoudingsplichtigen te verlichten, wordt daarom voorgesteld het mogelijk te maken dat deze mededeling over alle in een kalenderjaar afgegeven S&O-verklaringen gezamenlijk wordt gedaan.

Met de voorgestelde wijziging van artikel 24, tweede en derde lid, van WVA hoeft een inhoudingsplichtige met betrekking tot het aantal aan S&O bestede uren en gemaakte kosten en uitgaven geen mededeling aan de minister van EZ meer te doen per S&O-verklaring afzonderlijk, maar kan die mededeling voor alle S&O-verklaringen gezamenlijk worden gedaan.

Wijzigende tarieven

Schijven, tarieven en heffingskortingen box 1: Inkomen uit werk en woning
De inkomensgrenzen in de eerste en tweede schijf gaan licht omhoog. De bovengrens van de derde belastingschijf stijgt van € 67.072 naar € 68.507. Het gecombineerde tarief (IB en PH) in de eerste schijf blijft gelijk. In de tweede en derde schijf stijgt het tarief licht met 0,05%. Het tarief in de vierde schijf gaat omlaag van 52% naar 51,95%.

Algemene heffingskorting
De algemene heffingskorting stijgt van € 2.254 naar (maximaal) € 2.265. De algemene heffingskorting wordt afgebouwd tot nihil met 4,683% van het gedeelte van het belastbare inkomen uit werk en woning dat meer bedraagt dan € 20.142.

Arbeidskorting
De maximale arbeidskorting stijgt van € 3.223 naar € 3.249. Het opbouwpercentage daalt van 28,317% naar 28,067%. Het afbouwpercentage blijft 3,6%.

Inkomensafhankelijke combinatiekorting
De maximale inkomensafhankelijke combinatiekorting gaat van € 2.778 naar € 2.801.

Overige heffingskortingen
Het maximale bedrag aan ouderenkorting voor lagere inkomens gaat van € 1.292 naar € 1.418. Voor hogere inkomens van € 71 naar € 72. Het bedrag van de alleenstaande-ouderenkorting gaat omlaag van € 438 naar € 423. De jonggehandicaptenkorting gaat van € 722 naar € 728.

Bron: Rijksoverheid / elseviernextens

30/06/2017

Restschuldregeling eigen woning eindigt definitief op 31 december 2017

De staatssecretaris van Financiën wil de restschuldregeling niet verlengen. Dat zei hij in antwoord op vragen van de Tweede Kamer. De restschuldregeling is als crisismaatregel ingevoerd met ingang van 29 oktober 2012 en loopt op 31 december 2017 af.

Vereniging Eigen Huis

Vereniging Eigen Huis had minister Dijsselbloem op 1 juni 2017 gevraagd om de restschuldregeling na 1 januari 2018 te behouden. Volgens de vereniging staan nog steeds 340.000 woningen onder water. Bij de verkoop van zo’n woning blijft de eigenaar zitten met een restschuld. Berekeningen van Calcasa onderbouwen deze stelling. Volgens het bedrijf wordt meer dan de helft van de woningen die tussen 2006 en 2009 zijn gekocht met verlies weer verkocht.

Crisismaatregel

De restschuldregeling is als crisismaatregel ingevoerd met ingang van 29 oktober 2012 en loopt op 31 december 2017 af. De maatregel had tot doel de doorstroming op de woningmarkt te bevorderen. Mensen met een zogenaamde onderwaterhypotheek (waarbij de waarde van de eigen woning lager is dan de op die woning rustende schuld) kunnen door de regeling toch verhuizen. De rente en kosten van de schuld die blijft bestaan na verkoop van de woning is tijdelijk aftrekbaar (maximaal 15 jaar).

Herstel van de woningmarkt

De doorstroming op de woningmarkt heeft zich inmiddels hersteld. Er is daarom geen reden meer om de restsschuldregeling na 31 december 2017 te laten voortbestaan, vindt de staatssecretaris.

Bron: Ministerie van Financien

07/03/2017

Kwart dga’s besluiteloos over pensioen in eigen beheer

Van de 400 bevraagde directeur-grootaandeelhouders heeft een kwart nog niet besloten wat ze met hun bestaande pensioen in eigen beheer (PEB) gaan doen als de Wet uitfasering pensioen in eigen beheer per 1 april ingaat. Dat blijkt uit onderzoek van ABN AMRO MeesPierson.
Gemaakte keuzes

Van de dga’s die al wel een keuze hebben gemaakt over wat zij gaan doen met hun PEB, koos 24% voor afkopen, 15% voor omzetten naar oudedagsverplichting, 14% voor overhevelen naar een verzekeraar, 12% voor omzetten naar een lijfrente en 10% voor premievrij voortzetten.

Hoogste korting

‘Het is belangrijk dat directeur-grootaandeelhouders met pensioen in eigen beheer vóór – waarschijnlijk – 1 juli zorgen dat zij geen pensioen meer in hun BV opbouwen’, waarschuwt Masha Bril, pensioenexpert ABN AMRO MeesPierson. ‘Als ze daar niet voor zorgen, dan moeten ze ongeveer 1,8 keer de waarde van de pensioenvoorziening op hun balans aan de Belastingdienst betalen.’ Verder raadt Bril aan om uiterlijk 31 december van dit jaar te beslissen wat te doen met de reeds bestaande pensioen. ‘Als de dga voor afkopen kiest, dan is het vaak verstandig dat dit jaar te doen. In dat geval ontvangt hij of zij de hoogste korting van de Belastingdienst. Wat de dga uiteindelijk ook doet met het reeds opgebouwde pensioen in eigen beheer, het is noodzakelijk om daarbij exact de wettelijke procedures te volgen. Zo voorkomen dga’s financiële geschillen met de Belastingdienst, (ex-)partner en/of mede-aandeelhouder.’

Wetswijziging slecht idee

De Wet uitfasering pensioen in eigen beheer maakt dat waarschijnlijk vanaf 1 juli 2017 niet meer mogelijk om pensioen op te bouwen via pensioen in eigen beheer. Deze wetswijziging is bij veel dga’s met weinig enthousiasme ontvangen. Vrijwel de helft van de dga’s vindt afschaffing een slecht idee. Bijna één op de vijf dga’s vindt het daarentegen een goed idee. De overige respondenten uit het onderzoek van ABN AMRO MeesPierson maakt het niet uit.

Zorgen

Verder blijkt uit het onderzoek dat 64% van de directeur-grootaandeelhouders zich zorgen maakt over hun pensioen. Vooral de hoogte van het pensioen en de vraag of nabestaanden na overlijden van de dga onbezorgd verder kunnen leven, zijn onderwerp van zorg.

Bron: ABN AMRO MeesPierson

15/02/2017

De verhoogde schenkingsvrijstelling per 1 januari 2017

Met ingang van 1 januari 2017 is de eenmalig verhoogde schenkingsvrijstelling voor de eigen woning terug in de Successiewet. Inmiddels is de Uitvoeringsregeling schenk- en erfbelasting verschenen. De hoogste tijd om nader in te gaan op de praktische uitvoering van deze schenkingsvrijstelling.

Nieuw: schenking spreiden

Vanaf 2017 mag de verhoogde schenkingsvrijstelling eigen woning worden gespreid over meerdere jaren. De verhoogde schenkingsvrijstelling geldt in beginsel voor één kalenderjaar. Maar, voor de schenkingsvrijstelling eigen woning is een uitzondering gemaakt. De schenking mag worden gespreid over het kalenderjaar en de twee daaropvolgende jaren.

Uitvoeringsregeling schenk- en erfbelasting aangepast

Naar aanleiding van de verhoogde schenkingsvrijstelling eigen woning is de Uitvoeringsregeling op de volgende punten aangepast:
• Aan de schenking hoeft niet langer een opschortende of ontbindende voorwaarde te worden gekoppeld. De vrijstelling wordt pas verleend als de schenking onvoorwaardelijk is. Hierop is één uitzondering: de schenking mag worden gedaan onder de ontbindende voorwaarde dat deze vervalt voor zover het geschonken bedrag niet conform de voorwaarden van de vrijstelling is besteed aan de eigen woning. De schenking moet dus daadwerkelijk worden voldaan, een schenking onder schuldigerkenning is niet toegestaan.
• De schenking moet uiterlijk in het kalenderjaar of de twee daaropvolgende jaren worden besteed aan de eigen woning. Wordt de schenking in deze jaren niet of gedeeltelijk niet voor de eigen woning gebruikt, dan moet de verkrijger dit op 31 mei van het derde kalenderjaar aan de inspecteur melden. Het niet bestede deel wordt dan alsnog belast, tenzij de ontbindende voorwaarde is opgenomen en wordt ingeroepen.

Deze tweede aanpassing lijkt op het eerste gezicht op het spreiden van de schenking. In deze situatie is de schenking echter wel ineens gedaan, maar wordt hij pas in fases daadwerkelijk voor de eigen woning besteed.

In de praktijk

Karin (33 jaar) krijgt in 2017 van haar ouders een schenking van
€ 30.000 ten behoeve van de eigen woning. In 2018 schenken haar ouders weer € 30.000 en in 2019 volgt nog een laatste schenking van € 40.000. Karin besteedt alle geschonken bedragen aan haar eigen woning. Hoe pakt dit in de praktijk uit?

Karin moet in 2017 een aangifte schenkbelasting doen met daarin een beroep op de verhoogde schenkingsvrijstelling eigen woning van € 100.000. Daarbij moet aangegeven worden dat een bedrag van € 30.000 van de vrijstelling is benut. Vervolgens moet in 2018 en 2019 ook een aangifte schenkbelasting worden gedaan, waarin ze een beroep doet op het nog niet benutte deel van de vrijstelling. Het maximale bedrag van de vrijstelling is benut.

Het verloop van de vrijstelling schematisch weergegeven:

2017 2018 2019
Vrijstelling/resterende vrijstelling
€ 100.000,00 € 70.000,00 € 40.000,00
Benutting
€ 30.000,00 € 30.000,00 € 40.000,00
Vrijstelling onbenut
€ 70.000,00 € 40.000,00 € 0,00

Stel, Karin benut in 2019 slechts € 10.000 van de schenking aan de eigen woning en € 30.000 aan een auto. In het verleden heeft Karin nog geen beroep gedaan op een verhoogde schenkingsvrijstelling. Hoe pakt dit uit?

In 2019 wordt voor een bedrag van € 30.000 niet aan de bestedingseis voldaan. Dit moet uiterlijk op 31 mei van het derde kalenderjaar, voor Karin op 31 mei 2020, aan de inspecteur worden gemeld. Karin kan een beroep doen op de verhoogde schenkingsvrijstelling (vrij besteedbare bedrag) van € 25.000. Dit betekent dat in 2019 slechts een bedrag van € 5.000 is belast.

Tot slot

Let op: de verkrijger, of diens partner, moet op het moment van het ontvangen van de schenking jonger zijn dan 40 jaar. Wordt in een kalenderjaar de 40-jarige leeftijd bereikt, dan kan spreiden ervoor zorgen dat niet de hele vrijstelling wordt benut. Doe in dat geval de schenking uiterlijk ineens voordat de 40-jarige leeftijd is bereikt. De ontvanger krijgt dan op grond van de uitvoeringsregeling namelijk nog wel de mogelijkheid om de schenking in het kalenderjaar en de twee daaropvolgende jaren aan de eigen woning te besteden. Dit geeft ook voor 40-jarige nog wat ruimte.

Bron: Elseviernextens / drs. M. den Hartog

10/01/2017

Wijziging teruggaaf btw bij oninbare vorderingen

Vanaf 1 januari 2017 gelden andere regels voor het aanmerken van een vordering als oninbaar en voor de manier waarop de betaalde btw kan worden teruggevraagd. Daarnaast geldt een aanpassing voor het terugbetalen van afgetrokken voorbelasting door het niet betalen van de vordering.

Wijziging
De leverancier kan zijn op aangifte betaalde btw terugvragen zodra het zeker is dat zijn vordering (gedeeltelijk) oninbaar is. Nieuw is dat de vordering in ieder geval één jaar ná de uiterste betaaldatum van de factuur, als oninbaar wordt aangemerkt. Daarnaast hoeft voor de teruggaaf geen apart verzoek meer te worden ingediend. De teruggaaf kan worden verwerkt in de btw-aangifte.
Terugbetalen van afgetrokken voorbelasting

De afnemer moet zijn op aangifte afgetrokken voorbelasting terugbetalen als hij het factuurbedrag (deels) heeft teruggekregen of op het moment dat duidelijk is dat hij de factuur niet (helemaal) gaat betalen. Nieuw is dat de afnemer de btw uiterlijk één jaar ná de uiterste betaaldatum van de factuur, moet terugbetalen.

Overgangsrecht
Is er een vordering waarvan de uiterste betaaldatum is verstreken vóór 1 januari 2017 maar die op die datum (gedeeltelijk) niet is ontvangen? En is die vordering vóór 1 januari 2017 niet oninbaar? Dan begint de termijn van één jaar te lopen op 1 januari 2017. Dit betekent dat deze vordering op 1 januari 2018 als oninbaar wordt aangemerkt voor zover de vordering op die datum nog steeds niet is ontvangen. Wanneer de oninbaarheid van deze vordering in de loop van 2017 op een andere wijze is komen vast te staan, ontstaat uiteraard al op dat moment het recht op teruggaaf.

Bron: Belastingdienst

29/12/2016

Nieuw jaar, nieuwe wetswijzigingen

In het nieuwe jaar zijn de nieuwe wetswijzigingen van kracht. Zo zijn kleine bedrijven vanaf 2017 verplicht om de jaarrekening digitaal aan te leveren bij de KvK. Het tarief in de tweede en derde schijf van de loon- en inkomstenbelasting wordt 40,8%. Hieronder alvast een selectie van wetten en regels die per 2017 ingaan.

Werk en inkomen
•De AOW-leeftijd gaat omhoog naar 65 + 9 maanden (was 65 jaar + 6 maanden in 2016).
•Het maximale schenkingsbedrag gaat omhoog naar € 100.000. Het maakt niet uit of de schenking komt van een ouder of iemand anders. De ontvanger moet tussen de 18 en 40 jaar oud zijn en hij of zij moet de schenking gebruiken om een woning te kopen of te verbouwen.
•Het tarief in de tweede en derde schijf van de loon- en inkomstenbelasting wordt 40,8% (was 40,4% in 2016).
•De berekening verandert van de belasting die betaald moet worden over vermogen. Er zijn dan 3 vermogensschijven. Verder gaat het vermogen waarover geen belasting moet worden betaald omhoog naar € 25.000 per persoon. Dit was € 24.437.
•Werkgevers moeten het volledige minimumloon betalen. Constructies waarbij werkgevers minder dan het hele minimumloon betalen zijn verboden, bijvoorbeeld door maaltijdkosten of verzekeringspremies in te houden op het loon.
•De verdiensten van topfunctionarissen in de (semi)publieke sector die nog onder het overgangsrecht vielen, gaan voor het eerst verplicht naar beneden. Sinds 2015 mogen zij maximaal 100% van een ministerssalaris verdienen, maar omdat volgens het overgangsrecht bestaande afspraken vier jaar gerespecteerd worden, moeten de verdiensten in 3 jaar worden teruggebracht naar de norm.
•De werkbonus, een belastingkorting voor mensen met een laag inkomen, gaat gelden vanaf 63 jaar. In 2016 was dit vanaf 62 jaar.
•Mensen met een bijstandsuitkering mogen in in 2017 meer vermogen hebben, zoals spaargeld.

Verkeer
•De motorrijtuigenbelasting voor personenvoertuigen gaat omlaag met gemiddeld 2%.

Zorg
•De maximale zorgtoeslag voor alleenstaanden stijgt in 2017 met
€ 68 tot € 1066. De maximale zorgtoeslag voor partners stijgt met
€ 138 naar € 2043.
•Het verplichte eigen risico blijft gelijk met € 385.

Wonen
•Het maximale belastingtarief waartegen hypotheekrente kan worden afgetrokken wordt verlaagd naar 50%, van 50,5% in 2016.
•De maximaal af te sluiten hypotheek is 101% van de waarde van een koophuis. In 2016 was dit 102%.
•Tweeverdieners kunnen iets meer geld lenen voor de aankoop van een huis. Bij het bepalen van het maximale hypotheekbedrag voor tweeverdieners mag vanaf 2017 het tweede inkomen voor 60% meetellen.
•De huurtoeslag gaat voor vrijwel iedereen met € 10,50 per maand omhoog.
•Huurstijgingen vallen in 2017 gemiddeld genomen lager uit door de invoering van een maximale huursom. Het totaal aan huurinkomsten van een woningcorporatie mag gemiddeld stijgen met niet meer dan de inflatie plus 1%.

Ondernemen
•Kleine bedrijven zijn verplicht de jaarrekening digitaal aan te leveren bij de Kamer van Koophandel (KvK).
•Directeur-grootaandeelhouders (dga’s) van een start-up zijn niet meer verplicht zichzelf een belastbaar loon te geven van € 44.000. Ze mogen zich de eerste drie jaar een minimumloon geven. Zo blijft er meer geld over om te investeren in de onderneming.
•Werkgevers kunnen een vergoeding (lage-inkomensvoordeel of LIV) krijgen om langdurig werklozen of mensen met een arbeidsbeperking aan te nemen.

Bron: ANP

Wij wensen iedereen Fijne Feestdagen en een Gelukkig Nieuwjaar.
23/12/2016

Wij wensen iedereen Fijne Feestdagen en een Gelukkig Nieuwjaar.

Woensdag 19 oktober 2016, het dagje uit met de ondernemersvereniging Westerhoven naar Willemstad. Met 2 bussen. Bus A gi...
23/10/2016

Woensdag 19 oktober 2016, het dagje uit met de ondernemersvereniging Westerhoven naar Willemstad. Met 2 bussen. Bus A ging naar de Suikerfabriek en bus B ging Klootschieten. Lunch en diner in Willemstad met natuurlijk een wandeling om het stadje te verkennen. 😉😎

Adres

Provincialeweg 2c/7
Westerhoven
5563AH

Openingstijden

Maandag 09:00 - 18:00
Dinsdag 09:00 - 18:00
Woensdag 09:00 - 18:00
Donderdag 09:00 - 18:00
Vrijdag 09:00 - 18:00

Telefoon

0403030707

Meldingen

Wees de eerste die het weet en laat ons u een e-mail sturen wanneer Bonnet en Partners Bedrijfsadviseurs nieuws en promoties plaatst. Uw e-mailadres wordt niet voor andere doeleinden gebruikt en u kunt zich op elk gewenst moment afmelden.

Contact

Stuur een bericht naar Bonnet en Partners Bedrijfsadviseurs:

Delen