14/05/2026
Religie & Filosofie De zinzoeker, Peter Henk Steenhuis, denkt mee.
Een lezer die gelovig is en kinderen heeft die dat niet zijn, twijfelt over de eigen begrafenis. Moet die betekenis hebben voor jezelf, of juist de rouwenden helpen bij het verlies? Trouw 6 mei 2026
De zinzoeker gaat de mogelijkheden onderzoeken. Ik geef een korte samenvatting.
Zoals hij schrijft komt de vraag voort uit een veranderende kijk op sterven en begraven. De publieke dood in de middeleeuwen, waar familieleden, vrienden en buren bij betrokken werden, veranderde in de 20e eeuw tot 'een onzichtbare dood' die zich afspeelde in de marge van het gezin en vooral netjes moest verlopen.
Als reactie hierop zocht men in de tweede helft van de 20e eeuw juist weer naar regie; individuen proberen hun eigen afscheid vorm te geven. Onze begrafenis als laatste vorm van zelfexpressie. Maar ja, daar wringt het wel, want op het moment suprême ben je er niet meer. Zoals de vraagsteller schrijft is een afscheid in de eerste plaats bedoeld om de rouwverwerking te helpen. Hechtingstheorieën benadrukken vaak dat rouw geen passieve toestand is maar fikse arbeid: rouwen is werken aan een verbroken relatie. Een begrafenis ondersteunt dat werk of bemoeilijkt het.
Een ritueel dat te ver afstaat van de leefwereld van de nabestaanden is niet aan te raden. We moeten ook de vraag stellen: waarom rouwen we, of wat doen we tijdens de rouw?
Als u bent overleden, rouwen uw kinderen niet alleen om u, maar ook om de ouder die u voor hen wás. En dat is inclusief alles wat zij hebben genegeerd, bevochten of afgewezen. Daar komt uw geloof weer in beeld, want dat maakt deel uit van het landschap waarin zij zijn opgegroeid. Of zij het nu omarmen of verwerpen, het heeft hen gevormd. Het geloof is niet alleen uw overtuiging, het is ook onderdeel van hún verhaal met u.
Een kerkelijke uitvaart is wellicht net zo pijnlijk als betekenisvol. De begrafenis vertelt dan niet wie zij zijn, maar wie u was. En rouw omvat óók dat: het onder ogen zien van de ander zoals die werkelijk geleefd heeft.
Je zou rituelen kunnen zien als overgangsarchitectuur. Ze verbinden werelden: leven en dood, toen en nu, jij en ik.
Daarmee is er een derde mogelijkheid: de begrafenis ligt tussen ons in. Dat vraagt om iets anders dan kiezen, dat vraagt, denk ik, eerder om vertellen. Niet: "Ik wil een kerkelijke dienst." Maar: "Dit heeft mijn leven gedragen."
Goed afscheid draait niet zozeer om kortstondige troost, maar om het gevoel dat er iets blijft bestaan, ook als u verdwenen bent. Een begrafenis wordt zo een brug waar levens elkaar nog één keer raken.
Zelf werd ik onlangs gevraagd om bij een uitvaart de katholieke rituelen te verzorgen, omdat het geloof belangrijk was voor hun moeder. Ze wilden geen pastoor, maar mij als ritueelbegeleider. Van oorsprong ben ik katholiek, maar niet meer praktiserend. De rituelen zijn mij echter vertrouwd. Ik koos voor het symbool de graankorrel. Inspiratie haalde ik uit het boek 'Planten der doden' van Aukje Bor-Stokroos.
De dochters hadden persoonlijke toespraken en zo werd het afscheid een mooie combinatie van persoonlijke verhalen in verbondenheid met het geloof wat voor de overledene betekenisvol was. Troostrijk en verbindend.
Een lezer die gelovig is en kinderen heeft die dat niet zijn, twijfelt over de eigen begrafenis. Moet die betekenis hebben voor jezelf, of juist de rouwenden helpen bij het verlies? De zinzoeker denkt mee.